Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Je kunt maar beter niet fietsen met een lekke band

PlusFemke van der Laan

De fietsenmaker tilt in een beweging de achterkant van de fiets op, aan de bagagedrager, met een hand. De jongste en ik doen een stapje naar achteren. Voor het geval hij hem laat vallen. We kijken naar de achterband. De fietsenmaker draait hem rond, stukje voor stukje. “Even kijken of ik zo al iets zie.”

De jongste was uit school gekomen met een lekke band. Zijn gezicht was rood, zijn haren plakten in sliertjes tegen de randen van zijn gezicht. Het was op de heenweg al gebeurd, vertelde hij. Bij de brouwerij.

Even dacht ik dat hij het warm had van het lopen, met de fiets aan de hand, van school naar huis. Tot ik op de klok keek. Hij had gefietst. Met de lekke band. Ik wilde er iets van zeggen, iets zeggen over fietsen met lekke banden. Dat je dat niet moet doen. Dat je zo je binnenband stuk maakt. Toch liet ik het. Hij weegt nog steeds bijna niets, de jongste. Het zou niet zoveel kwaad kunnen. Ik trok mijn schoenen aan.

“Kijk.” De fietsenmaker peutert een stukje glas uit het profiel van de achterband. We kijken. Hij gebruikt zijn duim en wijsvinger. Zijn vingers lijken een pincet.

“Hou je hand eens op.” De jongste strekt zijn arm uit. Zijn hand plat, zijn vingers bij elkaar. De man legt het glas op zijn handpalm. “Het is van een bierflesje. Amstel of zo. Of Heineken.”

We waren de straat uitgelopen en het pleintje overgestoken, de jongste had de fiets aan zijn hand. Ik dacht aan de meterkast, waar het doosje lag, het bandenplaksetje, met de bandenlichters, de kleine stukjes schuurpapier, het tubetje lijm. Nooit gebruikt. Ik vroeg me af of ik niet om moest draaien, terug naar huis, of het geen tijd werd om hem te leren hoe je een band plakt. Ik zag ons zitten op de stoep, naast een bak water, waar we steeds een ander stukje van de binnenband in hielden. Tot we de bubbeltjes zagen.

“Heineken,” zegt de jongste.

Hij kijkt naar mij. “De brouwerij,” fluistert hij en met zijn platte hand gebaart hij richting het noorden. Het stukje glas valt op de grond.

“O.” We kijken naar beneden. We zien het niet meer, het stukje glas. Ik zie wel heel veel banden. En weer zie ik ons zitten, de jongste en ik, naast een bak, terwijl we een voor een alle binnenbanden in de fietsenwinkel onder water houden.

“Geef niet,” zegt de fietsenmaker. Hij kijkt op van de achterband. “Er zit niemand op die fietsen binnen, dan wegen ze bijna niets. Kan geen kwaad.”

Op de terugweg leg ik de jongste uit dat je beter niet kunt fietsen met een lekke band.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden