Plus Marcel Levi

Je kunt je eigen DNA makkelijk laten testen, maar wat heb je eraan?

Marcel Levi. Beeld Wolff

Wilt u ook zo graag weten of u over twintig jaar dement wordt? Of dat uw kinderen een akelige darmziekte zullen krijgen? Een deel van het antwoord op deze vragen ligt opgesloten in onze eigen unieke genetische achtergrond.

Onze genetische code, die zich in al onze lichaamscellen bevindt, bestaat uit DNA. DNA is een keten van ongeveer drie miljard kralen die zich in een dubbele set van 23 chromosomen bevindt. Die kralen hebben vier verschillende kleuren en de volgorde van de verschillend gekleurde kralen bepaalt de code. 

De DNA-code is voor meer dan 99 procent hetzelfde in alle mensen maar ongeveer een half procent is verschillend en bepaalt welke kleur haar je hebt, hoe sportief je bent of hoeveel talent je hebt om viool te spelen, maar ook of je een grotere kans hebt om bepaalde ziektes te krijgen.

Na vijftien jaar gepuzzel en een slordige 2.7 miljard dollar werd in 2003 de volledige code van het menselijke DNA ontcijferd. 

Maar inmiddels kun je je eigen DNA-volgorde al voor een kleine 1000 euro en binnen een dag of twee laten testen. Of je stuurt een klein beetje speeksel naar een bedrijf zoals 23andme of MyHeritage en laat voor enkele tientallen euro’s honderden van je genen analyseren die je vertellen hoe groot de kans is dat je ergens in je leven depressief of psychotisch zal worden of de ziekte van Parkinson zult krijgen. En om de dierenliefhebbers gelukkig te maken: je kunt dit ook voor je hond of cavia doen.

Volgens cijfers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben inmiddels 26 miljoen mensen in de Verenigde Staten en Europa hun DNA laten ontcijferen en wordt verwacht dat binnen twee jaar dit aantal zal stijgen naar honderd miljoen. Ook in Nederland zijn verschillende aanbieders actief en omzeilen de wet, die verbiedt dit soort bevolkingsonderzoek naar bijvoorbeeld kanker te doen, door de test in het buitenland uit te voeren.

Maar wat heb je eigenlijk aan die genetische informatie? Je hebt echt geen DNA-test nodig om je te vertellen dat je allergisch bent voor knaagdieren: dat merk je vanzelf wel als je gaat niezen bij een konijn. En hoe fijn is het om te weten dat je over 25 jaar misschien wel een hersentumor krijgt of blind wordt? En wat vertel je de verzekering als ze vragen of je bekend bent met ziekte of de kans op ziekte?

Daarnaast is er nog vrijwel geen enkele medische therapie die aangepast kan worden aan de specifieke samenstelling van je genetisch materiaal zodat je er meer effect of minder last van hebt. Ook is dergelijke behandeling de komende jaren niet in zicht. Dus vooralsnog lijkt het weten van je eigen DNA vooral op het aanmeten van de nieuwe kleren van de keizer.

Reageren? m.levi@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden