null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Jas van een maaltijdbezorger? Ik heb er 53

PlusNico Dijkshoorn

Ik lees zojuist dat online jassen van maaltijdbezorgers worden aan­geboden. Door na half negen ’s avonds zo een jas te dragen denkt men de avondklok te omzeilen. Voor mij is dat oud nieuws.

Ik heb ze net even geteld en ik heb op dit moment 53 jassen met bedrijfsnamen in mijn inloopkast hangen. Niet alleen maar van maaltijdbezorgers, maar ook van tandartsen, keuken­inbouwers, rattenverdelgers, parket­leggers, bloemisten en nog veertig die ik nu even niet allemaal uit mijn hoofd weet.

Een jas geeft macht. Doe een neutrale stofjas aan en ze houden zelfs de deur voor je open als je een kopieermachine de winkel uitrijdt. Met de goede jas aan je lichaam kan opeens alles.

Ik maak er nooit misbruik van. Wat ik doe is eigenlijk heel simpel: dat eentonige leven in buitenwijken een beetje door elkaar schudden. Ik kies een jas, ik bel bij iemand aan en dan is het verder improviseren. Een week geleden heb ik met een slagersjas aan ergens in Geleen aangebeld.

De eerste zin is heel belangrijk. Het is een soort straattheater. Oerol, maar dan voor je deur. In dit geval zei ik: “De tartaartjes zijn op.” Daarna was het even stil. De vrouw in het halletje zei: “Maar die hebben we helemaal niet besteld.”

“Nee,” zei ik, “maar ik meld het toch even.”

Daarna heb je een leuk gesprek. Die mensen maken eens iets anders mee dan de weekmarkt. 

Op een avond doe ik er ongeveer drie.

Na mijn bezoek aan Geleen ben ik naar Schiedam gereden, heb een jas aangedaan van Woonwinkel Zitgebeuren en heb op de gok ergens aangebeld. Dit keer was mijn eerste zin: “Die past nooit door de deur.”

Verwarring. Geroep in het halletje. Twee mannen stomverbaasd tegenover me, doodsbang dat ik hun bank het huis uit kom tillen.

“Maar hij zit heel lekker.”

Ik keek ondertussen in een agenda en zei: “Ja, dat zeggen ze allemaal, meneer.”

De derde die avond was met een jas van een dierenasiel. Eerste zin: “Ik kom twee reigers brengen.” Tweede zin: “Ze heten Benno en Rinus.” Ik wachtte tot ze radeloos ontkenden dat ze zich hadden ingetekend voor Verdwaalde Reigers en zei: “Goed, dan worden het twee bevers.”

Soms bestel ik ook eten. Als ik bijvoorbeeld de jas van Eethuis Kiplekker draag, bel ik aan, wacht tot de deur openzwaait en dan duw ik ze een kip in handen: “Slachten, kort op de huid bakken, wel even bij blijven, niet iets anders gaan zitten klooien, opeten met vorkie vorkie en daarna naar bedje toe. Goedenavond!”

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden