Column

Jarentachtigmuziek is alles wat een mens nodig heeft

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Als ik heel zenuwachtig ben, luister ik naar muziek uit de jaren tachtig. Niets kan mij namelijk zo kalmeren als de overdadig meeslepende klanken en teksten uit dat decennium.

'I feel the night explode. When we're together.'

Dit zijn de eerste twee regels uit Tell It To My Heart van Taylor Dayne. Ik word erg rustig van deze regels.

Wij mensen zijn vaak zenuwachtig omdat we de dingen die komen gaan tot in den treure opkloppen. We maken alles groter en schuilen in de schaduw van dat wat voor ons ligt. Maar hoe groot we de dingen ook maken, in de jaren tachtig maakten de zangers en zangeressen alles nog veel groter.

'I feel the night explode. When we're together.'

Ik ben in dit leven met een aantal vrouwen samen geweest en dit samenzijn vond meer dan eens in de nacht plaats. En in die nachten voelde ik dingen. O lieve lezer, ik voelde dingen.

Ik voelde chemie. Ik voelde aantrekkingskracht. Ik voelde dat ik nooit meer met iemand anders samen hoefde te zijn. Ik voelde haar hart in mijn borst kloppen en mijn hart in haar borst. Ja, onze harten ­waren voor even uitwisselingsstudenten.

En ik voelde dat het geluk zich als een dorstige teek in mij vastbeet en alle verdorvenheid uit mijn lelieblankheid zoog. Ik voelde zo ontzettend veel, maar nooit voelde ik de nacht ontploffen.

Nooit werd ik wakker met maanscherven in mijn kussensloop of splinters van Saturnus in mijn baard. Hoe verliefd of ongelooflijk verloren je je ook voelt, de liedjes uit de jaren tachtig overvoelen alles wat jij voelt.

Sunglasses at Night, Forever Young, All Out of Love, Don't Stop Believin', Everybody Wants to Rule the World, (I Just) Died in Your Arms, Broken Wings, Heaven is a Place on Earth.

In al deze liedjes is het alles of niets. Niets is mogelijk of alles is mogelijk. Vaak is alles onmogelijk, behalve het zingen over dat alles onmogelijk is. En toch klinkt er altijd hoop. Een soort dreigende hoop. Eerlijke hoop. Hoop is niets meer dan teleurstelling met vertraging.

Je krijgt iets met het meisje van je dromen. Samen ­beleven jullie de mooiste zomer ooit. Meer dan eens ontplofte de nacht. Ze gaat vreemd met een surfleraar. Je volgt ze. Het is donker buiten. Je kan hun nacht voelen ontploffen. Je begint te huilen.

Maar gelukkig draag je je zonnebril in de nacht. Niemand kan je tranen zien. Er rijdt een auto langs. Er klinkt muziek. Iets over dat er altijd een morgen is. Je zet je zonnebril recht en fluistert: "Oké, er zal altijd een morgen komen, maar wanneer dan?"

Veel mensen hebben van jarentachtigmuziek hun guilty pleasure gemaakt. Ze voelen zich schuldig, ­omdat ze plezier beleven aan iets waar ze geen plezier aan zouden mogen beleven. Plezier alleen is kennelijk niet genoeg. Er moeten mensen geïmponeerd worden. Er moet met verfijndheid worden gestrooid.

Maar jarentachtigmuziek is alles wat een mens nodig heeft. Alles wat ik nodig heb, als ik iets nodig heb.

Als ik de liedjes luister worden mijn problemen kleiner en passen al mijn gevoelens weer in mijn hart. Als ik de liedjes luister, zie ik mezelf in 1987 met de stijltang van mijn zus voor de spiegel staan. Ik knijp de krullen uit mijn blonde haar. Marian Golds stem komt uit de ­roze cassettespeler van het merk Sharp. Ik zing mee.

'Let us die young or let us live forever.'

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden