Essay

Jansen van Galen: ‘Jong Suriname kon een film als Wan Pipel gebruiken’

De film Wan Pipel van Pim de la Parra werd in 1976 door John Jansen van Galen in de Haagse Post als nationalistisch en onrealistisch weg-gezet. Nu oordeelt hij er heel anders over.

Willeke van Ammelrooy als Karina en Borger Breeveld als Roy in de film Wan Pipel (1976).

Het was in 1976 een hele gebeurtenis voor Suriname: de eerste Surinaamse speelfilm! Het land was nog geen jaar onafhankelijk en als je de hoofdpersoon Roy in de film het zand van zijn geboortegrond ziet eten, herken je de boodschap van de film: dit is mijn land, hier hoor ik thuis, met huid en haar.

Wan Pipel was een Surinaams epos. Omdat ik mij als eenmalig filmrecensent een kat in een vreemd pakhuis voelde, zag ik de film toen drie keer en raakte elke keer meer geërgerd. Dat zand vreten kwam toch verdacht dichtbij de bloed en grond-ideologie van de fascisten?

Ik kende Suriname toen al redelijk goed, vooral als ‘strafhok’ voor de verschillende etnische groepen die er woonden en elkaar wantrouwig beloerden. Ze vormden nog lang geen natie, maar dat was nu juist wat de regisseur, Pim de la Parra, wilde bevorderen. Hij was dan ook nogal gepikeerd door mijn afbrekende recensie in de Haagse Post.

Hollandse trut

In de film keert de student Roy (Borger Breeveld) terug naar zijn geboorteland, omdat zijn moeder op sterven ligt. Zijn Nederlandse vriendin Karina (Willeke van Ammelrooy) leent hem geld; een verwijzing naar de actuele verhoudingen tussen de twee landen.

Eenmaal in Suriname raakt Roy verslingerd aan het land en aan Rubia (Diana Gangaram Panday), wat ik mij levendig kon indenken, al was ze geen goede actrice. Karina komt over uit Nederland om een stokje te steken voor die verhouding; wederom een toespeling op de relatie tussen Nederland en Suriname?

Zij wordt neergezet als een bij uitstek Hollandse trut, bang voor spinnen, en Roy zwicht niet voor haar. Hij wil in Suriname blijven om te helpen ‘zijn land op te bouwen’. En ik dacht vooral: kan hij dan niet beter eerst in Nederland zijn studie afmaken?

Wat ergerde mij zo aan die film? De soundtrack heb ik nog lang gedraaid, maar de boodschap stond mij tegen. Linkse jongelieden, zoals die waartoe ik ook mijzelf rekende, stonden uitgesproken negatief tegenover nationalisme. De uitwassen ervan tussen 1940 en ’45 waren nog te dichtbij.

En toen vier jaar later jeugdige sergeants de Surinaamse staat kaapten en als ideologie het ‘Surinamisme’ afkondigden, zag ik mijn vrees bevestigd: van nationalisme kon niets goeds komen. Dat Roy als Borger Breeveld de woordvoerder werd van dit sergeantsregime van Bouterse c.s. klopte daarmee als een bus.

Interetnische liefde

Maar het voornaamste subplot van de film is dat Roy een stoere creool is en Rubia een leuke Hindoestaanse. Dat vond ik weinig realistisch, want interetnische verbintenissen waren toen een uitzondering in Suriname, zoals ook blijkt uit de ernstige problemen die hun liefde in ­beide families teweegbrengt.

Maar ik was het met Pim de la Parra eens dat Suriname het daarvan juist moest hebben: ­liefde over etnische grenzen heen. Moksiwatra, gemengdbloedigen, zijn de mooiste mensen, zeggen ze in Suriname, en ik kan dat beamen. En misschien is het mede aan Pim te danken dat momenteel naar schatting 40 procent van de Surinamers van gemengde etnische afkomst is. Zo overwin je tegenstellingen: via het bed.

Al moet ook erkend worden dat Desi Bouterse daaraan het zijne bijdroeg met zijn Nationale Democratische Partij, de eerste multi-etnische partij in Suriname – hoewel recent onderzoek uitwijst dat Hindostaanse NDP-kiezers toch ­altijd eerst de Hindoestaanse kandidaat op de lijst zoeken.

Veel milder

Er moest toen veel overwonnen worden. Rubia alias Diana Gangaram Panday werd haar grensoverschrijdende rol in eigen kring hoogst kwalijk genomen en ze raakte in het ongerede. En Pim ging failliet aan de film, onder meer door eindeloze problemen bij de productie. Zo nam Roys vader, terwijl de crew al in Paramaribo was, een paar weken doodgemoedereerd zijn congé, omdat hij met het theatergezelschap Naks moest optreden. Dat is ook Suriname.

Ik kijk nu veel milder naar Wan Pipel. Een gevoel van nationale saamhorigheid is inmiddels in Suriname gegroeid, door de gouden medaille van Anthony Nesty, de ramp met het SLM-toestel en vooral door het gedeelde leed in de magere jaren en de terreur onder Bouterse. Maar ook door die film: misschien hebben jonge naties wel zo’n geëxalteerd epos nodig.

Parra Odyssee, een ode aan Pim de la Parra, is tot en met 26 juni in Eye Filmmuseum te bezoeken. Wan Pipel (1976) draait zondag om 15.00 uur, met een inleiding van de filmmaker.

Journalist en publicist John Jansen van Galen. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden