Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Jan Wolkers en ‘terrorplant’ de Japanse duizendknoop

PlusMaarten Moll

De tuin van Jan Wolkers ligt er nog wat kaal bij.

Buurman Jaap, die de tuin onderhoudt, trekt wat onkruid. Hij noemt namen van planten in de tuin. Ik hoor niet de naam van een plant die ik niet zo een twee drie zou herkennen, maar die me wel alles zegt: de Japanse duizendknoop.

De schrik van de tuin.

Wat niet wil zeggen dat de plant hier niet zou groeien. Het is zelfs meer dan waarschijnlijk dat deze exoot hier voorkomt. Want buurman Jaap heeft van beheerders van De Wolkerstuin op Amstelglorie een hele lijst met plantennamen gekregen die Jan Wolkers in zijn tuin had staan.

Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk planten in de Wolkerstuin zullen groeien. Al kan ik me voorstellen dat er stiekem is valsgespeeld, en dat de Japanse duizendknoop stilletjes van de lijst is afgevoerd, of er niet eens op is komen te staan.

De plant heeft een slechte reputatie, hij verdringt andere planten en kan schadelijk zijn voor funderingen. En als je hem eenmaal in je tuin hebt, is het heel moeilijk hem daar weer weg te krijgen. (Ik spreek nu even voor de niet tuinbezitters, ik ken iemand die uit frustratie en razernij zijn tuin in de fik heeft gestoken.)

Uit het dagboek van Wolkers, 22 december 1972, nauwelijks twee weken nadat hij en zijn vrouw hebben gehoord dat ze een tuin op Amstelglorie toegewezen hebben gekregen: ‘Ook het berenboompje en de Japanse duizendknoop gaan de grond in, want als het hard gaat vriezen staan ze in het huisje ook niet veilig.’

(Over ‘het berenboompje’; ik denk dat het perenboompje of berkenboompje moet zijn. Al staat het idee van een boom waar beertjes aan groeien me wel aan. Maar voor ik de redacteuren van de uitgeverij de schuld ga geven, zijn de boomkundigen wellicht al tegen het plafond gevlogen bij zoveel domheid. Ik hoor het wel.)

Wolkers was er vroeg bij, de Japanse duizendknoop is een van de eerste dingen die hij in de grond stopte. ­Misschien wist hij nog niet dat de plant heel hoog staat in het rijtje ‘meest invasieve exoten’, want op 3 mei 1976 schrijft hij in zijn dagboek: ‘Plant voor ons huis hier in de Zomerdijkstraat berenklauwen, kaardenbollen en een paar pollen van de Japanse duizendknoop uit Ermelo.’

(Berenklauw, ook geen lief plantje.)

Wat ik op internet een enthousiaste Japanse duizendknoopverdelger hoorde vertellen was dat wij – de mensch – zelf verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van de plant. (Iets met steriele meeldraden waardoor het zaad zich niet verspreidt.) Stekjes uitdelen, laten woekeren, bij het tuinafval gooien. Dank u, Jan Wolkers (zelf een enorme verspreider van zaad).

Deze week toch even kijken of deze terrorplant hier nog groeit, en of de fundering van het tuinhuisje niet wordt aangetast. Een vlammenwerper heeft geen zin, je moet de plant met wortel en al uitgraven. Ik heb de schep al zien staan.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden