James Worthy.Beeld Agata Nowicka

James Worthy weet nu helaas meer over de alvleesklier

PlusColumn

Ik wist weinig over de alvleesklier. Ik wist dat ie bestond, maar dat was het wel. Soms las ik er iets over en dan vond ik het een grappig woord. Alvleesklier. Ik zag een lopend buffet voor me in een of ander middelmatig hotel langs de snelweg. Een Duitser met vlekken op zijn overhemd die al het aanwezige vlees op zijn bord gooit. Een viezige man. Een veelvraat. De alvleesklier.

Maar sinds maandagmiddag is die Duitser weg. Het hotel en de snelweg ook. Alles verduisterd. In de laatste 48 uur heb ik alle informatie die ik kon vinden door­genomen. De alvleesklier is geen vreemdeling meer. Ik weet wie hij is en dat hij machtiger is dan zijn naam doet voorkomen. Hij bestaat uit een hoofd, een lichaam en een staart. En ik weet dat hij heel goed verstopt zit. Je komt niet eenvoudig bij hem.

Ik zie geen Duitser meer voor me, maar een maffiakopstuk. Hij zit achter een bureau een sigaar te roken en kijkt naar de paardenraces. Zijn beveiligers staan om hem heen en verliezen hem nooit uit het oog. Zijn beveiligers zijn de twaalfvingerige darm, de maag, de linkernier en de bijnier.

Nee, dat klinkt allemaal te gevaarlijk. Even terugspoelen. De alvleesklier bestaat uit een hoofd, een lichaam en een staart. Net als een kat. Katten zitten vaak ook goed verstopt. Achter de kachel of in een bezemkast. Pas als ze verse brokjes in hun etensbakje horen kletteren, komen ze tevoorschijn.

Ik hoop dat de alvleesklier van mijn vader van verse brokjes houdt.

Een paar uur geleden begon ik deze column compleet anders. Ik wilde er niet over schrijven. Dus schreef ik over de buurman en zijn nieuwe vriend. De nieuwe vriend stond een paar dagen geleden met een cello onder het raam van de buurman. Hij speelde een oorstrelend lied voor de buurman, die verliefd uit het raam keek en erg zijn best deed om niet te huilen.

Ik wilde over liefde schrijven. Over iets moois in dit godsgruwelijke tijdperk. Over de lente en over de vogels die mooier dan ooit fluiten. Echt waar. Sta maar eens vroeg op en zet het raam open. Man, die vogels. Ze fluiten alsof ze ergens auditie voor aan het doen zijn.

Maar ik wil niet wegrennen. In het leven ren ik met alle liefde voor de dingen weg, maar als ik schrijf, mag ik niet vluchten.

Dus beste lezer, de komende tijd zal ik wat vaker over mijn vader schrijven. Dat is het enige wat ik kan doen. Duimen, terwijl ik een monument van columns voor hem bouw.

In Mongolië, op zo’n 50 kilometer van Ulaanbaatar, staat een 40 meter hoog stalen standbeeld van Dzjengis Khan. In Rio de Janeiro, op de Corcovado, staat een 38 meter hoog standbeeld van Christus de Verlosser. En in New York staat een 46 meter hoog standbeeld van de godin van de vrijheid.

Ik zoek natuurlijk geen ruzie met verlossers, godinnen en Mongoolse wereldheersers, maar ik wil toch even melden dat er binnenkort een standbeeld van 47 meter hoog in Amsterdam staat. Een standbeeld gemaakt van kranten. Een bouwwerk van verhalen. Gewoon, een stapel kranten, als monument voor de man van staal.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Lees ook:
De kachel heeft gewoon kinderen gekregen
Ze wachten gewoon rustig op hun beurt
Het verliefde stel kan elkaar niet zien

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden