Column

James Worthy: De kalme cowboys

James Worthy schreef deze week een verhaal in 4 delen over 'de kalme cowboys'. Lees het hele verhaal hieronder.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Het is maandagochtend. Hugo en Marcus fietsen naar school. "Heb jij vanochtend wel kunnen douchen?" vraagt Hugo.

"Nee, je weet toch hoe het gaat? Jij hebt ook twee oudere zussen."

"Ze douchen gewoon elke dag al het warme water op."

"De enige keer dat ik warm kan douchen is op voetbal, maar ik haat voetbal. Ik voetbal eigenlijk alleen maar omdat mijn vader er gelukkig uitziet als ik op dat veld sta. Alleen naast dat veld ziet hij er gelukkig uit. Als hij lacht staan er hoekvlaggen in zijn mondhoeken."

"Ik ben soms zo klaar met dit leven. Sinds mijn ouders gescheiden zijn, besta ik niet meer. Alleen jij ziet me staan. Jij, hij die ook alleen maar recht op koud water lijkt te hebben."

"Er wordt zo veel van ons gevraagd, Huug, maar zo weinig aan ons gevraagd."

Het is maandagochtend. Hugo en Marcus fietsen voorbij hun school.

Marcus is veertien jaar oud, Hugo is een jaartje jonger. Marcus heeft lang blond haar, Hugo heeft gemillimeterd rood haar. Marcus heeft een stiefvader die elke dag zegt dat hij op een meisje lijkt en de stiefvader van Hugo noemt hem tussen het drinken door ketchupkop.

"Ik snap echt niet wat mijn moeder in mijn stiefvader ziet. Hoe ze na mijn vader bij hem terecht is gekomen. Mijn vader en moeder hadden misschien vaak ruzie, maar vaak ruzie is beter dan dit. Volwassen mensen kunnen echt goed een potje van het leven maken."

"Ze geven alles zo makkelijk op. Het is net of ze nergens meer voor willen vechten."

"Mijn vader heeft sinds kort een heel jonge vriendin. Gast, ze had mijn oppas kunnen zijn. Laatst zag ik ze tongzoenen in de tuin. Het is raar om je vader te zien tongen met iemand die niet je moeder is."

"Laten we eerlijk zijn, het is ook raar om je vader te zien tongen met iemand die wel je moeder is," lacht Marcus.

"Ik zou dat zo graag willen zien. Mijn ouders, simpelweg tongend. Samen, mijn allerdiepste wonden likkend."

"Waar fietsen we eigenlijk heen?"

"Dat weet ik niet, jij bent de oudste van ons twee."

"Zullen we naar het einde van de wereld fietsen?"

"Ja, of in elk geval naar een plek waar we elke ochtend warm kunnen douchen."

"Naar een plek waar we geen vijfde wiel op de fucking stiefmobiel zijn."

"Maar eerst hebben we nieuwe kleding nodig. Anders worden we misschien herkend. Hier om de hoek zit een tweedehandskledingwinkel."

Marcus staat voor de spiegel. Zijn nieuwe outfit bestaat uit een trainingspak van het nationale voetbalelftal van Nigeria en een bruine cowboyhoed.

"Wow! Die hoed lijkt speciaal voor jou te zijn gemaakt," zegt Hugo, die zonnebrillen aan het passen is.

"Wist je dat een cowboy liedjes voor zijn kudde zong als het heel hard onweerde? Gewoon om die beesten te kalmeren? De cowboy zong, want als hij zong, liepen zijn koeien niet weg."

"Niemand zong voor ons. Zijn we daarom weggelopen?"

"Dit is geen weglopen, Hugo. Hoe kunnen we weglopen van iets wat al weg was voordat we überhaupt met lopen begonnen?"

Deel 2: 'Echte vrijheid kan overweldigen'

Hugo duikt naakt de zee in. Er is voor de rest niemand op het strand. De kust is nog nooit zo veilig geweest. En toch zit Marcus naast het hoopje kleding van zijn beste vriend in het zand. Hij bewaakt de kledingstukken. Zo weinig vertrouwen heeft hij in de wereld.

Het is midden in de nacht, het strand is uitgestorven, maar toch heeft hij een waakhond van zichzelf ­gemaakt. Hij zou niet weten waarom iemand het hoopje kleding zou willen stelen, maar ja, een goede waakhond hoeft ook niets te weten.

Hij kijkt naar Hugo, die in alle golven duikt alsof hij naar een deurtje aan het zoeken is. Een deurtje naar een betere wereld. Zijn lichaam is zo wit en de zee is zo donker. Hugo lijkt op een flikkerende tl-buis in een verlaten gebouw.

Marcus heeft weinig met de Noordzee. Als alle zeeën bij elkaar in de klas hadden gezeten, was de Noordzee zonder enige twijfel het lelijkste jongetje van de klas ­geweest. Het water is betonkleurig en alle dieren die erin leven zien er ziek uit. Toen hij klein was en hij met zijn familie een dagje naar het strand was, sprong er een keer een vis zijn rubberen bootje in. Hij begreep het dier. De vis wilde gewoon met hem meevaren naar een mooiere plek.

In de verte branden de lichtjes van een vrachtschip en Hugo is nog steeds naar dat deurtje aan het zoeken. Marcus staat op en trekt zijn kleren uit. Hij is niet graag naakt, maar hij wil zijn beste vriend helpen zoeken. Een paar jaar geleden lag er een krant op de keukentafel en op de voorkant van die krant stond dat voorhuiden ­onhygiënisch zijn.

En niet veel later las hij in een tijdschrift van zijn moeder dat het merendeel van de vrouwen een besneden piemel mooier vindt. Soms staat hij met een schaar in de badkamer en wil hij dat wat als vies en lelijk wordt gezien van zijn lijf afknippen, maar hij kan het niet. Een voorhuid is ook maar gewoon een soort waakhond met een heel zachte vacht.

"Is het water koud?" schreeuwt Marcus, die een vingerkommetje van zijn rechterhand heeft gemaakt en hiermee zijn geslachtsapparaat heeft afgedekt. Maar Hugo hoort hem niet, hij zit midden in een golf. Gekletter op zijn rug. De zee spoelt een last van zijn schouders.

Marcus strekt zijn armen en springt een golf in. De maan houdt een oogje in het zeil. Als ze allebei weer uit hun golf zijn, geven ze elkaar een hand.

"Onze ouders zijn van elkaar gescheiden, helemaal prima, maar nu zijn wij van onze ouders gescheiden. Dat onze roadtrip nog heel lang mag duren," zegt Hugo. Ze proosten met onzichtbare bierglazen en lopen in de richting van hun kledingstapeltjes.

Marcus begint een liedje te zingen. Spaarpot van Ronnie Flex. Hugo neuriet zachtjes mee. Ze weten nog niet wat ze morgen gaan doen. Echte vrijheid kan overweldigen. En daarom besluiten ze nog wat harder te zingen. De cowboys zingen hun koeien kalm.

Deel 3: 'Maar ik wil je zoon zijn'

Hugo begint net aan zijn tweede pizza als Marcus zijn moeder opbelt.

"Waar zijn jullie?" Haar stem klinkt minder boos dan gedacht.

"We zijn gewoon even weg."

"Maar wie laat de hond dan uit? Dat is jouw taakje."

"Dat bedoel ik. Je mist mij niet, je mist dat je me kan gebruiken."

"Ja, sorry. Het is gewoon druk zonder jou. Je stief­vader zit de hele dag in de kroeg en ik moet alles doen. Ik heb niets aan die twee meiden. Jij bent altijd al mijn hulpje geweest."

"Maar ik wil je zoon zijn."

"Je bent toch wel gelukkig? Zeg dat je gelukkig bent."

"Nee, ik ga je niet meer geruststellen. Ik kan je niet meer geruststellen."

"Ben je depressief?"

"Mam, ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Ik heb net twee pizza's gegeten. En ik ben samen met mijn ­beste vriend. Met iemand die mij ziet."

"Wat voor pizza's heb je gegeten? Zat er groente op?"

"Hugo had ze uitgekozen. Ze waren echt lekker. Maar ja, ik vind alle pizza's lekker. Als de maan een pizza zou zijn geweest, zou ik alleen nog maar overdag willen slapen."

"Maar je denkt dus dat wij je niet zien? Dat je onzichtbaar voor ons bent of zo?"

"Ik zag laatst een foto van die witte letters die op die heuvel in Hollywood staan. Hollywood. Dat staat er. De letters zijn allemaal vijftien meter hoog. En als je daar in de buurt bent, kan je eigenlijk alleen maar naar die letters kijken. Niemand kijkt echt naar de heuvel waar die letters opstaan. Ik ben die heuvel."

"Verdomme, Marcus, jij bent veel te slim voor een jongen van veertien. Ik had je nooit zo jong moeten leren lezen."

"Een man wilde ons net een lift geven, maar hij wilde het net iets te graag. Ik keek even in zijn auto. In zijn ­auto rook het naar hond, maar ik zag geen honden­haren. Hugo vond hem een engerd."

"Je weet wat ik je heb geleerd, hè?" vraagt zijn moeder.

"Ja, ja! Ogen, keel, ballen. Als een engerd eng doet, moet je voor de ogen, de keel en de ballen gaan."

"Ik mis je, zoontje. Echt. En zal ik je iets vertellen? Je had gelijk toen we laatst stonden te praten in de keuken. Ik had je vader nooit moeten verlaten. Je vader is goud, maar zelfs goud gaat vervelen. Zo zit ons verknipte brein kennelijk in elkaar. Ook als je goud hebt, ga je ooit een keer naar brons verlangen. Je stiefvader is brons."

"Nee, geen brons, die man is een drol in aluminium­folie."

"Hahaha. Wat gaan jullie vanavond doen?"

"Hugo wil vuur maken en midgetgolfen."

"En wanneer kom je weer thuis?"

"Ik weet het niet, maar ik denk dat ik pas thuiskom als de letters op die heuvel in vlammen zijn opgegaan."

"Doe je ding, jongen. Mama zal op je wachten."
"Echt waar?"

"Nee, natuurlijk niet. Morgen bel ik de politie."

Slot: 'God en de broer van God in Frankrijk'
Marcus en Hugo kijken in de vlammen. Ze zijn nog te jong om te weten wat ze precies in het vuur willen zien, maar ze blijven geconcentreerd in de warmte kijken.

"De vlammen dansen wel mooi. Zie je dat, Hugo? Ik vraag me af of vlammen ook de regendans kunnen dansen. Dat lijkt me mooi. Dan zouden brandweermannen ook wat vaker een vrije dag hebben. Waar heb je trouwens vuurtjes leren maken?"

"Op YouTube. Bijna alles wat ik kan, heb ik op You­Tube geleerd. Stropdassen knopen, risotto maken, taekwondo vechten, vuur maken, tongzoenen, roosjes van radijsjes maken..."

"Tongzoenen?"

"Ja, man, ik heb een zwarte band in die shit."

"Wat heb je allemaal geleerd dan?"

"Nou, dat je er niet zwanger van kunt raken, dat je moet blijven ademen, dat je je hoofd nooit recht moet houden en dat je niet te gulzig moet zijn."

"Niet te gulzig?"

"Ja, tederheid is de sleutel. In feite moet je roosjes van radijsjes maken, maar dan met de tong."

"Heb je al met Sophie gezoend dan?" vraagt Marcus.

"Vet vaak. Ze zegt dat ik als een volwassen man zoen."

"Maar hoe weet Sophie dan hoe een volwassen man zoent? Ze is veertien."

"Weet ik veel. Mensen zeggen soms gewoon dingen. Meisjes dus ook."

Twee politiewagens rijden het bos in. De jongens fietsen zo hard als ze kunnen in de richting van daar waar geen politiewagens rijden. "Ik heb weer wat geleerd, Marcus."

"Wat dan?"

"Maak geen vuur als de politie je zoekt."

De politiewagens komen steeds dichterbij. Net leken ze nog zo ver weg, maar niets komt zo snel dichterbij als de dingen die heel ver weg lijken. Het einde van de ­zomervakantie.

De jongens rennen een snackbar binnen. De eigenares is een piramide van kaassoufflés aan het bouwen.

"Sorry mevrouw, maar dit is een overval en een gijzeling," zegt Hugo.

"Wat willen jullie hebben dan? Er zit maar veertig ­euro in de kassa."

"We willen frikandellen. En dat u zegt dat we hier niet zijn als de agenten aan u vragen of we hier zijn. We zijn van huis weggelopen. En natuurlijk gaan we ooit terug. Echt waar, mevrouw. Ik mis mijn kamer nu al, maar vandaag is nog te vroeg."

"Jullie zijn niet goed."

"Dat zijn we ook niet. We zijn tienerjongens. Het enige waar we goed in zijn, is spugen, neuspeuteren, rozen van radijsjes maken en alfabetboeren. Maar de laatste paar dagen leven we als God en de broer van God in Frankrijk."

Marcus schudt met het hoofd.

"Nee, niet in Frankrijk. Als ik God ben, wil ik echt niet in Frankrijk wonen. Ze eten daar slakken."

Marcus en Hugo zitten op de achterbank van de politiewagen. De snackbareigenares had kennelijk geen zin in avontuur. De jongens hadden dit al aan moeten voelen. Een mens wordt niet zomaar snackbareigenaar.

"Hebben jullie gevonden wat jullie zochten?" vraagt de agent. Hij heeft gekke ogen. Niet scheel of zo. Nee, eerder leeg. Als zijn ogen printers waren geweest, was de inkt al heel lang op.

"We zochten niets, meneer," zegt Marcus.

"Maar hebben jullie wel iets geleerd dan?"

"Nou en of, meneer. Hugo en ik hebben geleerd dat het leven niet altijd over radijzen gaat."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden