PlusColumn

'Ja', zegt de baas met zijn speen in zijn mond

Pepijn LanenBeeld Corné van der Stelt

Ik raak altijd alles kwijt. Daarom hou ik alles wat echt belangrijk is zo dichtbij mogelijk.

De ANWB heeft mij een bedankje voor bewezen diensten toegezonden via de post. Een pakketje met een fles vloeibare dankbaarheid en een wegenwachtminiatuurbusje verpakt in cellofaan met een lint er omheen en een sympathiek kaartje.

Blake heeft het busje direct gelokaliseerd. Hij wijst het aan met zijn vinger en zegt aan een stuk door het woord 'die'. Ik ga in de weer met het cellofaan, wat langer duurt en irritanter is dan ik aanvankelijk dacht. Als ik het aanraak met mijn nagels krijg ik pijn aan mijn tanden.

Het cellofaan en ik maken vijf minuten lang een heleboel herrie. Mijn vrouw trekt haar wenkbrauwen op en mijn zoontje blijft hetzelfde woord herhalen terwijl ik een gezicht trek. Eindelijk is het lint los. Het kaartje verdwijnt door toedoen van iemand direct op de grond en het busje verdwijnt de woonkamer in.

Een tijdlang hoor ik pruttelgeluiden van overal en nergens vandaan komen. Ik vraag me af waar mijn portemonnee is en zie hem dan gelukkig op de kast liggen, precies waar ik hem neergelegd heb; ver buiten het bereik van iemand zijn vingertjes.

Waar is mijn telefoon? Ook in zicht. Als ik ook mijn sleutels aan het rekje zie hangen, ontspant mijn kringspier weer een beetje. Ik voeg me bij de kleine automonteur en laat het busje slippen en roep af en toe 'SKKRRRT SKKKRRRRRT!' om aan te geven dat we hier niet zijn om grappen te maken.

Een paar dagen later rijdt het busje niet meer zo soepel. Ik laat er mijn kritische, totaal onwetende ogen overheen glijden en zie dan dat een van de bandjes niet meer helemaal recht op zijn miniatuurvelgje zit.

Ik maak het gelijk in orde als de monteur die ik ben en sta het voertuig weer af aan zijn rechtmatige eigenaar. Maar die is niet tevreden. De hoofdmonteur komt terug met het busje in zijn hand en eist tekst en uitleg.

Ik begrijp het niet helemaal. "Hij doet het nu toch weer goed, chef?" Hij wijst naar de bandjes die er allemaal keurig netjes opzitten en dan specifiek naar het bandje dat ik net weer goed gezet heb en ik destilleer er langzaam maar zeker uit dat het beter was toen het bandje nog scheef zat, dus ik zet het bandje weer scheef en vraag of het zo dan goed is.

"Ja," zegt de baas met zijn speen in zijn mond. Hij pulkt het bandje er ­helemaal af en daarna moeten de andere drie er ook aan geloven. Ik zeg dat hij ze allemaal kwijtraakt zo, maar hij luistert niet eens. De vier bandjes gaan een voor een om zijn wijsvinger terwijl hij een liedje zingt.

Ik probeer nog een keer of ze misschien niet weer op het busje moeten, maar dan overspeel ik mijn hand. De baas gooit woedend alle bandjes door de kamer en rijdt vervolgens met het busje op de velgen verder.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden