Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ja, denk ik, wat kan er fout gaan?

PlusMaarten Moll

‘Ben op t vliegveld,’ appt Jongste Dochter. ‘Tot vanmiddag’.

Met een emoji die me een kusje geeft.

‘Zin om vanavond ergens wat te gaan eten?’ app ik.

Ze antwoordt niet meer.

Niet ongebruikelijk voor een 18-jarige.

Ik zit thuis op de bank de krant te lezen. Een stuk over een in Dubai opgepakte maffiabaas.

Raffaele Imperiale.

Van de camorra, de Napolitaanse maffia.

Jongste Dochter zit op hetzelfde ogenblik op een stoeltje te wachten op haar vlucht naar Amsterdam.

Op het Aeroporto di Napoli.

In haar eentje.

Ik ben geen fantast, maar nu botsen Raffaele Imperiale en Jongste Dochter in mijn hoofd heel hard op elkaar.

Wat kan er fout gaan? Dat denk ik in plaats van me er heel erg op te verheugen om haar straks op Schiphol te omhelzen.

Ze vloog deze zomer ook in haar eentje naar het Benedenwindse Eiland. En weer terug.

Ja, wat kan er fout gaan? Ik herinner me de scène in de film Taken, waarin de dochter van de hoofdpersoon op een vliegveld wordt ontvoerd door gewetenloze vrouwenhandelaren.

En afgelopen week viel ik tijdens het zappen middenin Taken 2, en bleef ik toch weer kijken hoe Liam Neeson in den vreemde dit keer zijn ex uit de handen van diezelfde gewetenloze bende vrouwenhandelaren weet te bevrijden.

Ondertussen had Jongste Dochter nog niet gereageerd op het aanbod van een gratis maaltijd.

In de trein naar Schiphol vervloek ik de mensheid. Omdat niemand bij de broodwinkel Jongste Dochters shift van morgen had willen overnemen. Zodat ze een dag eerder dan Ex en Oudste Dochter moest terugvliegen naar Amsterdam.

Veel te vroeg sta ik al bij Arrivals 2 te wachten op vlucht KL 1588.

“Niet naar wijken gaan waar je als toerist niet moet komen, hè!” had ik nog gezegd. Alsof ik wist welke wijken dat waren. Ik ken Napels alleen van de schitterende film Diego Maradona van Asif Kapadia.

Mijn broekzak piept.

‘Geland’ krijg ik door.

Maar dat kan ook vanuit een donkere kelder in een Napolitaanse wijk-waar-toeristen-nooit-komen zijn verzonden. Door de een of andere Luigi. Als dwaalspoor.

En nu even normaal doen, druktemakertje.

Ik ga met mijn neus op het dikke glas staan en kijk naar de bagagebanden.

Ik zie naast me allemaal mensen andere mensen begroeten. Ballonnen. Tranen.

Geen Jongste Dochter.

‘Ik sta rechts,’ app ik.

De minuten verstrijken. Eindelijk weer een piep.

‘Ben er’

Maar ik zie haar niet.

Niet in paniek raken.

Ze belt.

“Waar ben je nou?” zegt ze.

“Ik sta bij Arrivals 2,” zeg ik een beetje norsig.

“Ik bij 1.”

“Maar op de borden staat 2,” zeg ik. (Altijd eerst het misverstand proberen op te lossen in plaats van dat los te laten en blij te zijn.)

“Ik heb alleen handbagage.”

Ik denk: een week weg en géén grote koffer?

“Dan lopen we naar elkaar toe,” zegt Jongste Dochter.

Even later sluit ik haar in mijn armen.

“Waar gaan we vanavond eten?” vraagt ze poeslief.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden