Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Ischa wist waar hij het over had

PlusTheodor Holman

Vrijdag, 25 jaar geleden, stierf Ischa.

Vaak werd mij gevraagd: waarom was hij zo’n goede interviewer?

Daar zijn vele antwoorden op te geven, maar één facet vind ik onderbelicht. Zijn magistrale persoonlijkheid. Natuurlijk, hij was dwingend, manipulatief, charmant, intelligent. Een gewond dier dat constant meende dat er op hem werd gejaagd en daarom van hem afbeet en vluchtte. Getekend door de oorlog en ouders die zoveel hadden meegemaakt dat ze hun geschiedenis moeilijk tot niet konden verwerken. 

Ischa had wat veel tweede­generatieslachtoffers hadden, een ‘mij-hoef-je-niets-wijs-te-makenmentaliteit. Wetten – zeker de sociale wetten – waren er niet noodzakelijkerwijs om je aan te houden. Je persoonlijke beschaving was een keuze, en niet iedereen verdiende jouw beschaving.

Maar er was eveneens iets anders.

Hij had een grote eruditie en wist waar hij het over had. Hij was bijvoorbeeld een groot liefhebber van Simenon, van wie hij zelfs een deeltje had vertaald en die hij zeer uit­gebreid had geïnterviewd in 1975. Alles kende hij van ­Simenon.

Ischa had ook een grote ­Bijbelkennis (en een merkwaardige verhouding met God, waarover een apart essay te schrijven zou zijn).

Op een keer ontmoette ik hem in de Jordaan en na handje, grapje, wie is je nieuwe vriendin etc., begon hij over een column van mij waarin ik iets had geschreven over de tien geboden. Ik kreeg op mijn donder: “Ik dacht: Holman­netje weet niks van de Bijbel!” En vervolgens begon hij ­– ‘Exodus 20! Daar gaat het over, Holman!’ – luidruchtig en ­bijna in zijn geheel ter citeren. Dienstmaagden, vee, vreemdelingen, donder en bliksem, bazuinen, zilveren goden, gouden goden, tot ‘Gij zult niet met trappen tot mijn altaar opklimmen (‘Het staat er echt! Trappen! Trappen opklimmen!’) passeerden de revue. Het was indrukwekkend, overdonderend. 

“Daarom voel jij je verbonden met Freek de Jonge,” zei ik toen. “Zeg, je moet niet denken dat je net als ik kunt interviewen, Holman.”

Ik lees overigens nog regelmatig in zijn interviewboek De interviewer en de schrijvers (uit 2003, samengesteld door Connie Palmen en onontbeerlijk voor wie wil interviewen en schrijver wil zijn).

Die schrijversportretten zijn korte romans. Treffende psychologische portretten waardoor je de schrijver beter begrijpt. En nu ik Ischa’s werk herlees in het deze week verschenen Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, samengesteld door Ronit ­Palache, denk ik: wat was je zelf eigenlijk een fantastische schrijver.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden