Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Is mijn vader ooit trots op mij geweest, zoals vader Jos op zoon Max?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Zoon Max en vader Jos. Na de strijd zaten ze even alleen bij elkaar. Een mooi shot.
Wat ze tegen elkaar zeiden, konden we niet verstaan – en dat moet ook niet. Je zal zien dat er journalisten zijn die dat gaan vragen, maar ik hoop dat ze zich kunnen beheersen. Zulke gesprekken stellen trouwens meestal niets voor.

“Goed gedaan, jongen. Niet vergeten oma en opa straks te bellen.”
“Nee, vergeet ik niet, pap.”
“Ik ben heel erg trots. Ja... Ja... Zo... Mooi hoor. Ja ja.”
“Ja, het is krankzinnig.”
“Ja... Ja, heel fijn…Wereldkampioen... Ongelooflijk.”

Heb ik met mijn vader ooit zo’n gesprek gehad?
Nee, daar was ook geen reden toe.

Ik bleef zitten, ging voortijdig van school af, ging op mijn zestiende het huis uit, kwam weer terug, deed niet de studie die hij wilde, maakte de studie die ik wel wilde ook niet af, bezwangerde vrouwen, liet abortussen plegen, vroeg geld aan hem te leen (dat ik nooit zou terugbetalen), vroeg nog meer geld te leen (dat ik nooit zou terugbetalen). Dus nee, zo’n onderonsje als tussen Jos en Max had ik met de oude Holman niet.

De teleurstellingen die ik mijn vader heb toegebracht – ik kwetste hem ook nog eens voortdurend met woorden – is menigmaal onderwerp van gesprek geweest bij verschillende psychotherapeuten. De zin ‘Ik hield echt heel veel van mijn vader’ is daar vaak gevallen.

Ach ja, de fouten uit je jeugd blijken herfstbladeren als je ouder wordt. Ze vergelen en vergaan.

Er zijn nog momenten dat ik tegen mijn dode vader spreek, maar ik laat mezelf er dan buiten.

“Je kleindochter gaat lekker, pap. En je achterkleinzoon en -dochter zijn zo lief. Bloem kan al lezen, en Koning is veel beter in de klas dan ik op die leeftijd.”

Ik zeg die dingen in mijn kop in het besef dat hij het niet hoort en dat hij er niks aan heeft, maar ik heb er soms behoefte aan. Het is omgekeerd vloeken. Er zijn momenten dat je dat ook niet hardop kunt doen.

Aan het eind van zijn leven hadden mijn vader en ik een goed contact. Hij was dol op mijn dochtertje. We maakten niet al te lange, maar wel dierbare wandelingen met de hond. Hij begreep dat ik mijn eigen weg ging en dat ik misschien deed wat hij niet kon of durfde.

Maar trots... Is hij dat ooit op mij geweest?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden