Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Is het een groenling? Geelgors? Sijs?

PlusMarjolijn de Cocq

Toen ik ruim vijf jaar geleden mijn intrek nam op tuinpark Nieuw Vredelust, was dat niet gehinderd door enige kennis van tuinieren of natuur in bredere zin. Ik dacht: tuinhuisje wordt schrijfhuisje, tuin is bijkomstigheid. Niets bleek minder waar. Geen woord is er tot nu toe geschreven in dat tuinhuisje, alle aandacht en zorg gaat uit naar de tuin: 43 allesoverwoekerende braamhaarden zijn inmiddels getackeld, het door de vorige bewoners begraven sloophout, kapot meubilair en afval als een koelbox gevuld met gebroken glas (WTF?) is afgevoerd en elk jaar meer weet ik wat er groeit en bloeit en wat voor gevleugelds en slijm­sporigs daar op afkomt.

We hebben een appgroep van Vredelust-­tuinders, waarin flora en fauna worden gedeeld en gedetermineerd. Vorige week was er de discussie raaf of kraai (uitkomst: vermoedelijk zwarte kraai, raaf zou zeer zeldzame waar­neming zijn in stedelijk gebied). Daarvoor was er een braakbal vol restjes rivierkreeft. Eerder: groenling? Geelgors? Sijs? Nee, goudhaantje! Slachtoffer plukkende havik? Nee sperwer! Leve ook de snelle fotoherkenningsapps.

Maar in haar boek Schemervluchten breekt de Britse natuuronderzoeker Helen Macdonald een lans voor de ouderwetse veldgidsen waarmee zij opgroeide. De apps, erkent ze, bieden mogelijkheden die in de gedrukte gidsen ontbreken, zoals het afspelen van de zang van vogels en andere dierengeluiden. ‘Maar ze maken het juist lastiger om bepaalde andere aspecten te leren kennen die we onbewust wel uit veldgidsen destilleren: familiegelijkenissen tussen soorten of hun positie in de taxonomische orde. In mijn jeugd maakten de materiële eigenschappen van die gidsen, hun gewicht en hun schoonheid, deel uit van hun aantrekkingskracht. Urenlang staarde ik naar de gekleurde platen van vlinders en vogels, naar hun onderscheidende kenmerken, en prentte ik de geschilderde beelden in mijn geest.’

Vijf jaar geleden had ik het me niet kunnen voorstellen, maar nu voel ik die behoefte zelf. Ik grasduin door vogel- en insectenboeken. En ik ben, gezien het grote aanbod, niet de enige. Een van de hoogtepunten: De ontdekking van het dierenrijk, waarin de Britse bioloog en veterinair anatoom David Bainbridge de ‘kunst van het classificeren’ door de eeuwen heen in beeld brengt. De menselijke drang om levende wezens in te delen had vaak een praktische achtergrond, schrijft hij; giftig/niet giftig, gevaarlijk/ ongevaarlijk.

Maar kunstzinnige motieven speelden ook een rol. En naar die artistieke nalatenschap, in een fraaie druk van Davidsfonds, is het, ja: urenlang staren. Bewonderen.

Je verwonderen.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden