Beeld Sjoukje Bierma

Is er iets treuriger dan bij een gesloten café naar binnen kijken?

PlusMaarten Moll

Ik ben ook wel een weemoedig baasje.

We keken naar het derde seizoen van Babylon Berlin, en Kriminalkommissar Gereon Rath en politiefotograaf Gräf staan in een kleine, stampvolle kroeg.

Ze drinken pullen bier.

Ze roken als bezetenen.

Ze dansen en trekken gekke bekken.

Man, man, man, een druk café, kreeg ik dat maar in mijn schoen dit weekeinde.

Ik heb niet zozeer huidhonger (vreselijk woord, trouwens), maar ik begin er wel steeds meer naar te verlangen dat iemand me in een drukke kroeg per ongeluk aanstoot net als ik een grote slok wil nemen van een vers getapt glas bier. (Het water loopt me nu in de mond.)

Dat roken in Babylon Berlin. Iedereen doet het, en veel. Ik begon, als niet-roker, bijna te verlangen naar de kroeg waar nog volop gerookt mocht worden. Mijn jas stonk de hele week, en als ie weer neutraal rook was het alweer tijd om naar de kroeg te gaan.

Ik kon het bijna niet verdragen naar Gereon Rath te kijken daar in die Eckkneipe in Berlijn. Zo gewoon zag het er uit. Vanzelfsprekend. (Ja, neem nog maar een slok, eikel!)

Misschien dat voor de kerst de kroegen weer open mogen, met alle restricties van dien, las ik ergens. Bier drinken op anderhalve meter afstand. Dan is de kans aangestoten te worden – zo’n lekkere por met de elleboog in je rug – heel klein. (O, dat iemand net tegen je aanstond in Paradiso, en dat dat je dan heel erg irriteerde; man, ga een stap naar achteren!).

Om – we blijven even in Duitse sferen – mijn Sehnsucht te bezweren, om niet krankzinnig van verlangen te worden, ging ik gisteren op kroegentocht.

Een oude route. De Tuin, ’t Smalle, (soms nog De Reiger), De Eland, De Pels, De Zwart, De Doffer.

Voor alle cafés stopte ik en bleef ik even staan. Is er iets treurigers te bedenken dan bij een gesloten café naar binnen kijken en de stoelen op tafel te zien staan? Het is alsof je in Praag, met een reisgidsje in de hand, alle huizen langsloopt waar Kafka heeft gewoond. Je staat voor die huizen, maar al het leven is er al lang uit verdwenen.

Alles wat rest zijn gedachten, herinneringen. Begin dit jaar waren we in De Doffer. Dry january. Dicht om ons heen bestelden ze grote bokalen Belgisch bier. We kwijlden, we verlieten de kroeg. Vrijwillig.

Nu keek ik naar binnen en zag de tafel waaraan we hadden gezeten. Voor de vorm probeerde ik de deur van De Doffer te openen. Ik zuchtte maar eens heel diep.

En Gereon Rath maar doordrinken en roken en dansen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden