Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Is De Pijp niet opgeknapt? Is Amsterdam niet mooi geworden?

Plus Theodor Holman

Daar, aan het zwembad, kom ik hem wéér tegen. Die rare jongen met vet lang haar en een ziekenfondsbrilletje.

Hij heet Theodor Holman. Hij is 17 puberlentes. Hij wil neuken, het ouderlijk huis verlaten, de wereld verbeteren en Bob Dylan zijn. In die volgorde.

“Wat is er?” vraag ik aan hem.

“Loop even mee door Amsterdam,” zegt hij.

We verlaten het Italiaanse zwembad en struinen even later door De Pijp in 1969. Wat een armoe. De kelder bij Bertje is ondergelopen, het water staat bij hun in de gang. Hier moet iets aan worden gedaan. De bakker, die Jan Schaefer heet, komt kijken. Theodor en ik lopen met Bertje de trap op. Hij heeft een oude pick-up. Theodor heeft de lp The Velvet Underground. Na drie nummers valt de elektriciteit uit. Door het water.

We wandelen verder. Theodors moeder – geestelijk raadsvrouwe bij het Humanistisch Verbond – biedt ene Freddy een logeeradres. Freddy is homo en wilde zelfmoord plegen. Omdat hij ‘een flikker’ was, werd hij ontslagen bij De Gruyter. Theodors moeder kent ene Benno Premsela. Hij zal zich over de jongen ontfermen.

Theodor en ik slenteren verder. Mark is een donkere jongen uit Suriname. Hij is gepest, omdat hij zwart en joods is. Theodor is woedend. Samen bezoeken we vervolgens een vergadering in de Haarlemmer Houttuinen van de Socialistische Jeugd. Theodor heeft daartoe een blauw hemd aangetrokken. Theodor is vol vuur. De wereld moet anders. Eigenlijk moet er een revolutie komen.

Dan gaan we bij Theodors ouders eten. De sfeer is om te snijden. Ik ga er snel weg en laat het gezin Holman alleen en keer terug naar mijn Italiaanse zwembad.

“Je iPad is op de grond gevallen.”

“Ik was in slaap gevallen,” antwoord ik.

Is De Pijp niet opgeknapt? Is Amsterdam niet mooi geworden? Worden homo’s niet gelijkwaardiger behandeld dan vijftig jaar geleden? Zwarten, Joden…

Het ging toch goed in de jaren zeventig, tachtig? Hoe komt het dat het nu weer slecht gaat, als het al slecht gaat? Is de situatie in die vijftig jaar niet sterk verbeterd? Of is er meer racisme? Wie en hoe precies? En door wie precies?

We spreken allemaal Nederlands, maar spreken we nog wel Nederlands? We zijn allemaal Nederlanders, maar zijn we nog Nederlanders? Wie wordt er eigenlijk niet gediscrimineerd?

Ik vind het een plicht verward te zijn en wil weer verder dromen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden