Plus Om de wereld

Is de fiets of de snorfiets het grote gevaar in het stadsverkeer?

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de snorfiets, fiets des doods.

Bij het Waterlooplein in Amsterdam staan handhavers om snorfietsers de weg te wijzen Beeld Dingena Mol

Pam

Een straat is soms kilometers lang, maar gemiddeld slechts tien meter breed. Verschillende verkeersdeelnemers moeten erdoorheen. Zij hebben allemaal hun eigen belangen, met als complicatie dat al die eigenbelangen vaak onderling tegenstrijdig zijn. De veiligste oplossing is dus elke categorie zijn eigen rijstrook: de voetgangers hun trottoir, de fietsers hun fietspad, de snorfietsers hun snorfietspad, de auto's hun eigen rijbaan, et cetera.

Dan zou je voor Amsterdam ook kunnen denken aan een strook voor de Biro, de elektrisch rijdende peperbus die momenteel de straten onveilig maakt. Ooit zal de Biro bedoeld zijn geweest voor gehandicapten, zoals de Canta, maar in de Biro zie je voornamelijk moeders die haast hebben om hun kroost naar school te brengen. Of beursbengels die met een rotgang naar het WTC scheuren. De Birorijder is iemand met te veel geld, die te lui is om te fietsen.

De straten in Amsterdam zijn niet breed genoeg om elke groep zijn eigen strook te geven. Daarom heeft het gemeentebestuur na eindeloos palaveren besloten dat snorfietsers van het fietspad af moeten. Helm op en naar de rijweg, waar zij worden opgewacht door grommende ­auto's.

Wethouder Sharon Dijksma, de moeder-overste van Verkeer en Vervoer, zei dat het een loodzwaar proces was geweest, waarvoor de verantwoordelijke ambtenaren jarenlang alles uit de kast hebben gehaald.

Maar liefst twaalf (!) handhavers staan klaar om 36.000 snorfietsen in toom te houden. Ik wil niet cynisch zijn, maar ik heb in Amsterdam nog nooit gezien dat een bellende of appende fietser werd aangehouden, terwijl ook dat verboden schijnt te zijn.

Dat de snorfietser niet het type is 'dat in de houding springt als je hem of haar aanspreekt', bleek al tijdens het kort geding dat daags na de invoering werd aangespannen. Het geschil maakte duidelijk dat het hier vooral om een generatieconflict gaat.

Het waren hoofdzakelijk jongeren of jonge ouders die buiten op de stoep hun snorfietsen hadden geparkeerd om in de rechtszaal de argumenten van de gemeenteambtenaar te overstemmen met boegeroep en afkeurend gejoel. De rechter had het er moeilijk mee.

Uiteraard zijn er allerlei berekeningen gemaakt die de maatregel moeten rechtvaardigen. Volgens de gemeente zal het aantal verkeersslacht­offers op de Amsterdamse straten naar schatting met 261 afnemen. De snorfietsers betoogden juist dat het aantal ongelukken zal toenemen, overigens zonder dit te staven met cijfers. Die ­tegenstelling leidde tot verhitte koppen. Zelf ben ik blij dat die snorfietsen van het fietspad af zijn, al vraag ik mij wel af hoe een schatting tot het precieze getal van 261 heeft kunnen leiden.

De praktijk zal uitwijzen wie ­gelijk krijgt.

Max Pam

Bij het Waterlooplein in Amsterdam staan handhavers om de weg te wijzen. Er zijn speciale blauwe banen aangebracht Beeld Dingena Mol

Brill

Het kan toeval zijn, maar wanneer in mijn vrienden- en ­kennissenkring een verkeersincident ter sprake komt, zijn 'gewone' fietsers bijna altijd de boosdoener. Fietsers die zich de koning van de weg wanen en automatisch voorrang nemen, druk in de weer met hun mobieltje. Fietsers die doen of voetgangers lucht zijn. Fietsers die een klap op je ­auto geven omdat je - ongewild - de doorgang verspert.

De ironie is dat wij critici van het arrogante fietsvolk zelf op gezette tijden ook fietser zijn. Kennelijk neemt een mengeling van anarchisme en despotisme bezit van ons wanneer we in het zadel zitten.

In de zomervakantie heeft ons gezin meermaals van huis geruild met buitenlanders, vooral Amerikanen, en die waarschuw ik altijd: ga niet met de auto de grote steden in. Ze houden er immers totaal geen rekening mee dat fietsers lak hebben aan de verkeersregels - niet in de laatste plaats omdat die bij een gerechtelijk geschil het voordeel van de twijfel krijgen.

Meteen een disclaimer: het is beslist niet zo dat Amerikanen een blinde vlek hebben voor het rijwiel, zoals nogal eens wordt verondersteld. Zeker in New York en andere grote steden zie je steeds meer fietsen op de openbare weg, zij het vooral op speciaal aangelegde fietsbanen.

De fiets neemt in grote landen met grote afstanden nu eenmaal een andere plaats in dan bij ons. Fietsen is daar in de eerste plaats ontspanning en sport. Sommigen nemen, vaak ook met een sportief motief, de fiets om naar het werk te gaan. Maar niet om boodschappen te doen of naar het restaurant te gaan. Laat staan om met kindlief een ommetje te maken.

Toen we in een voorstad van Washington onze vierjarige zoon in een kinderzitje plantten en gezellig even op z'n Nederlands - dus zonder helm - gingen fietsen, trapten alle achteropkomende automobilisten verschrikt op de rem. Vervolgens passeerden ze ons met een slakkengangetje - en met een blik vol afschuw over de lichtzinnigheid waarmee we onze peuter vervoerden.

Geen wonder dat buitenlandse bezoekers zich blijven verbazen over de Nederlandse fietscultuur. Een fotograaf uit San Francisco kwam twee jaar geleden naar Nederland voor een fotoreportage over fietsers. Trots vertelde hij over zijn exotische topper: een vrouw in mooie jurk die zich telefonerend door het verkeer wurmt, kind in kinderzitje vóór haar, boodschappentas aan het stuur, vriendin achter op de bagagedrager.

De snorfiets het grote gevaar in het stads­verkeer? It's the bicycle, stupid!

Paul Brill

Fietsdrukte bij het Victoria Hotel Beeld Mats Van Soolingen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden