Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Is de crisis toch nog ergens goed voor: het videoverhoor rukt op

PlusPaul Vugts

Het was op 24 januari 2005 dat de Amsterdamse rechtbank me een kijkje gunde in de toekomst. In een rechtszaal zaten de rechters achter computers in plaats van stapels papier.

Het woord revolutie viel.

Elke vrijdag zouden ze oefenen, na tien weken was het tijd voor een evaluatie en dan… de grote sprong voorwaarts.

Hmm. Computers… Waar kenden we die apparaten toch van?

De jaren nadien hadden rechters en aanklagers nog altijd kasten vol dossiermappen in de rug. Over de problemen met de digitalisering van de rechtspraak zou je een boek kunnen schrijven – dat niemand zou lezen.

In april 2018 (!) schreef de voorman van alle rechtbanken de minister dat de ambities voorlopig maar naar beneden moesten worden bijgesteld en dat het, vrij vertaald, al heel wat zou zijn als ‘alle rechtzoekenden en professionals’ de rechters per computer kunnen bereiken.

Tot kortgeleden moesten advocaten nog een fax naar de rechtbank sturen als ze wat wilden. Een fax. Voor de jongeren: googel maar, kun je lachen.

Met enige trots werden ons ooit nieuwe microfoons gepresenteerd in voorname rechts­zalen. Het systeem gaf automatisch het woord aan de partij die geluid maakte – en legde degene die aan het praten was het zwijgen op. Wie in deze coronatijden wel eens met groepen videobelt, voelt het fiasco aankomen.

De microfoons werden snel vervangen door exemplaren waarvan de batterijen om de haverklap leeg zijn.

In grote processen gieten officieren van justitie hun bewijzen steeds vaker in overtuigende videopresentaties. In de persbanken weten we dat het dan tijd is voor koffie, als eerst zij en vervolgens de technici gaan proberen die aan de praat te krijgen.

Zoals de geluidsverbinding met nabestaanden uitgerekend hapert op het moment dat zij in tranen over hun vermoorde geliefde vertellen.

Zoals een zorgvuldig afgeschermde kroongetuige door een foutje ineens plompverloren op het videoscherm in de perskamer verschijnt.

Innovatie en techniek in de rechtspraak: kleine stapjes schijnen enorme sprongen.

Vanuit die positie moeten rechtbanken nu onder de coronadruk videobellen met verdachten in huizen van bewaring – die elk een schamele 45 minuten hun proces mogen volgen, want in veel gevangenissen is maar één geschikt kamertje (wat een schande is waar rechters geen genoegen mee moeten nemen).

Toch zien we deze weken na een te aarzelend, stuntelig begin hoe het videoverhoren wél lukt – in formele zittingen waarop de aanwezigheid van de verdachte weinig toevoegt, want anders moet de hoofdrolspeler er natuurlijk bij kunnen zijn.

Inleidend gedelibereer is al in mailwisselingen afgewikkeld, rechters komen vlot ter zake.

Zo zou die hele coronacrisis ook voor de rechtspraak een vermomde zege moeten zijn, waaruit het goede bruikbaar blijft.

We omarmen het visioen van een altijd optimistische rechter: verspil nooit een goede crisis, óók niet in de rechtbanken.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden