Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Ironie is niet het omgekeerde zeggen van wat je bedoelt

PlusTheodor Holman

Teruglopend van een familiebijeenkomst op keurige afstand, lachte ik nog wat na om een mop die mijn kleinzoon had verteld.

“Opa… Je veter is los.”

Ik kijken natuurlijk.

“Mijn veter is niet los,” zeg ik.

“1 april!

“Maar het is geen 1 april.”

“Dat is de mop juist.”

Een spel met waarheid en fictie met een mooi ironisch meta-einde als punchline.

Op het moment dat kleinzoon die mop begon te vertellen, wist ik al dat het een mop was (brutale opwinding in zijn ogen, gulzig om hem te vertellen) en begreep ik ook dat ik moest spelen van niets te weten. Toch kwam het einde voor mij als een verrassing en moest ik oprecht lachen.

Is het hetzelfde als een politicus die bijvoorbeeld een racistische opmerking maakt en dan achteraf zegt: “Iedereen weet toch dat ik dit niet meen en dat het ironie was.”

Nee, dat is niet hetzelfde. Een ironische opmerking moet ergens in zijn eigen staart bijten en dan ook zichzelf opeten. Het bedrijven van ironie is dan ook een kunst en niet zomaar het omgekeerde zeggen van wat je bedoelt. Je kunt daar behoorlijk mee de mist ingaan en dan rest je niets anders dan diep door het stof te gaan.

Mijn vader was goed in ironie. Als mijn tante Toeti was geweest, zei hij volstrekt serieus tegen ons: “Ze had haar snor weer prachtig gefriseerd.”

Wij, kinderen, moesten lachen, terwijl mijn moeder zich ergerde (“Zeg dat toch niet!”) maar uiteindelijk ook haar lach niet kon onderdrukken. De snor van tante Toeti bestond, maar bestond niet zoals mijn vader hem beschreef, waarbij het woord ‘gefriseerd’ goed gekozen was.

Mijn kleinzoon begint dit taalgebied te verken­nen. Ironie, absurdisme, overdrijving.

“Opa… Een nul komt een acht tegen. Zegt die nul: ‘Wat is er met jou aan de hand?’ Zegt die acht: ‘Mijn riem zit te strak.’”

Ook leuk, maar geen ironie.

Mijn vader – in deze coronadagen probeer ik orde te brengen in zijn archief – was een wijs man die na de oorlog het gevoel had alles te hebben verloren. Ook God.

Dominees met familiebanden probeerden hem tevergeefs weer binnen de kudde te ­drijven met Bijbelcitaten.

Tegen dominee Zwart zei hij: “Luister dominee, als je duizend goede moppen kent, heb je net zo veel wijsheid als er in de Bijbel staat en je kunt er nog om lachen ook.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden