James Worthy Beeld Agata Nowicka

Inslapen klinkt als naar binnen toe dromen

Plus James Worthy

Op de dag dat mijn ouders op vakantie gingen, werd hun kat ziek. Het zag er niet ernstig uit, maar we brachten hem voor de zekerheid toch naar Dierentehuis ­Kennemerland. Alle dierentehuizen in Amsterdam ­zaten vol.

Winwood kroop rustig in zijn hokje. Hij had water en hij had brokjes. En er hing een gezonde sfeer. Ik wist bijna zeker dat hij beter ging worden. Dit zei ik ook tegen mijn zoon.

“Beloof je dat Winwood beter wordt?” vroeg hij.

Ik beloofde het. Want zo ben ik. Ik beloof te veel. En niemand vergeet beloftes. Kinderen al helemaal niet. Beloftes zijn hun brandstof.

Twee dagen later belde mijn moeder vanaf de Franse camping dat Winwood was overleden. Iets over een ­tumor, veel vocht en de woorden ‘in laten slapen’.

Ik heb inslapen altijd al een mooi woord gevonden. Het klinkt als naar binnen toe dromen. De kalmte die op pantoffels je lichaam binnensluipt en een rust achterlaat die onsterfelijk is.

“Vertel jij het aan de kleine? En maak er een beetje een mooi verhaal van.”

Ik ging door mijn knieën, keek recht in de ogen van mijn zoon en vertelde hem dat Winwood naar een betere plek was gegaan. Ik haat het als mensen dat zeggen. “Hij is naar een betere plek, naar een plek waar pijn niet bestaat.” We verheerlijken het eeuwige niets om onszelf gerust te stellen. We maken een pretpark van de dood. Het is daar beter dan hier. Een schimmenrijk waar pijn niet bestaat. Ik moet er niet aan denken. Pijn is eerlijk. Pijn belooft niets.

Een dag later reden we naar het dierentehuis om afscheid te nemen. Mijn zoon zat op de achterbank met een zwarte clip-on stropdas. De kat van mijn ouders was zijn beste vriend. Als hij bij opa en oma sliep, lag Winwood bij zijn voeten als hij wakker werd. Dan rook hij met dat zachte neusje aan zijn voeten. Mijn zoon heeft zweetvoeten, maar Winwood rende nooit weg na het ruiken. Hij bleef liggen.

“Wij komen afscheid van Winwood nemen.” De vrouw achter de balie tikte wat in, keek op een oud computerscherm en wees naar een bank in de hoek van de hal. Vijf minuten later stond er een vrouw in een groene ­polo voor ons.

“Hij is niet mooi uit de vriezer gekomen,” zei ze.

“Niet mooi uit de vriezer gekomen?” vroeg mijn vrouw.

De vrouw strekte haar armen en gooide haar hoofd zo ver mogelijk naar achteren.

“Hij is zo uit de vriezer gekomen. Niet heel mooi dus.”

“Dan komen we maandag weer terug. Zou je er alsjeblieft voor willen zorgen dat hij maandag wel mooi uit de vriezer komt?”

Op de terugweg stelde de zoon de onvermijdelijke vraag.

“Wat doet Winwood in een vriezer?”

Ik keek naar mijn vrouw en zij knikte naar het stuur. Zij was aan het rijden, het stuur was haar excuus. “Maak er wel een beetje een mooi verhaal van,” fluisterde ze, net voordat ze de autoradio uitdrukte.

“Winwood was een lieve kat, toch? Nou, hij was dus zo zoet dat de artsen dachten dat hij een waterijsje was.”

“Echt waar?”

Ik pakte mijn telefoon, zocht in Spotify naar The Spencer Davis Group en klikte op Gimme Some Lovin’.

Net voorbij Schiphol bracht het hammondorgel van Steve Winwood ons naar een betere plek.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden