Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Infantiele acties, maar liever lijm en soep dan niets doen

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Toen twee klimaatactivisten ­onlangs tomatensoep over een Van Gogh gooiden in een Londens museum, noemde ik dat een domme actie. Niet omdat ik het te radicaal vond, maar ik had moeite met de vraag die ze hardop stelden: ‘What’s worth more, art or life?’.

Waarom zou je twee dingen die beide van onmeetbare en onschatbare waarde zijn tegenover elkaar plaatsen? Kunst versus de planeet, slecht gekozen. Nou, dat heb ik geweten. Was ik ook een keer de boomer. Het was niet aan mij om te bepalen hoe dit verzet moest plaatsvinden en het klimaat was toch belangrijk en die musea namen toch geld aan van oliemaatschappijen?

Allemaal best, allemaal waar, maar mijn kritiek bleef staan.

Inmiddels zijn we een paar weken en heel wat tomatensoep, aardappelpuree en lijm verder, maar toch zat me iets niet lekker. Want al die gespeelde verontwaardiging die op de acties volgde, die massale woede in naam des fatsoens, vond ik toch nog nét wat erger dan die ene vraag ‘kunst of het leven’.

Ik herkende de luie en kleinburgerlijke manier waarop ferm verzet zo vaak wordt vertrapt. ‘Zoiets doe je niet!’ ‘Die idioten, vandalen, opsluiten!’ ‘Zo verlies je juist mijn sympathie!’ Hoorde ik nu bij díe mensen? Of anders gevraagd: was mijn kritiek stiekem ook een voorbeeld van de aandacht verplaatsen van de inhoud naar de vorm, en daarmee voorbijgaand aan het doel van de actie: aandacht vragen voor het radicaler politiek ingrijpen om de planeet te redden?

Ik heb er veel over nagedacht.

Het is gekmakend dat mensen zich woester maken over dit klimaatactivisme dan over de obscene megawinsten van oliemaatschappijen. Daarom steun ik liever de branie en de moed van degenen die tenminste íets doen. Maar ik ga niet doen alsof ik deze vorm van verzet geweldig vind. Ik wens ons namelijk echt minder infantiele en intellectueel armoedige acties toe. Meer branie in de geest van artiest Lil Nas X, die deze week bij wijze van grap een Van Goghprint op een doek van Warhols tomatensoepblik smeet. Grappig. Onvoorspelbaar. Werkelijk dwars.

Kunst is niet de vijand van het klimaat. ­Wanneer je begint kunst aan te vallen, ondermijn je in zekere zin ook je eigen idealen, want hoe geloofwaardig ben je straks nog als je in een mars tegen VVD-bezuinigingen op cultuur loopt te scanderen dat kunst zo belangrijk is?

‘Maar als we straks verzuipen, wat hebben we dan aan kunst?’ hoor ik dan.

Verkeerde vraag. Als het zo ver zou komen, als de dijken dan toch doorbreken, als we ­verschroeien tot as, dan zou ik op die laatste momenten juist niets liever willen dan nog een keer dat ene lied horen, dat ene doek zien, die ene scène uit dat stuk of uit die film. Ik zou dat ene gedicht willen lezen, bijvoorbeeld dat van de briljante, helaas veel te vroeg overleden dichter Adriaan Jaeggi: ‘Toen Groenland smolt, en het water steeg, werd de Nachtwacht op blokken gezet, en de kroegen liepen leeg.’

Zelfs als het te laat is, zelfs dan is kunst het waard om gered te worden. Maar ja, om dat te voorkomen zullen we elke vorm van activisme hard nodig hebben. Liever lijm en soep dan nietsdoen.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden