Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Ineens wroet je vol overgave in de levens van volstrekt onbekenden

PlusPaul Vugts

Het blijft een wonderlijk onderdeel van ons werk: ineens wroet je vol overgave in de levens van volstrekt onbekenden. Deze week weer, nadat een stel in een luxe-Mercedes met automatische wapens onder vuur was genomen in Amsterdam-Slotervaart. De bestuurster was overleden. 27 jaar nog maar.

Wie wás zij? Wie was haar bijrijder? Waarom was hier in vredesnaam op een lenteavond weer midden in een woonwijk geschoten met oorlogsmaterieel?

Het antwoord hadden mijn collega Wouter Laumans en ik een dag later gevonden. Zij was de medewerkster van een zonnestudio met een voorliefde voor uitgaan en winkelen in het vipsegment, hij is haar vriend: een crimineel van 26 met een bedenkelijk strafblad. Hij moet het doelwit van een mislukte liquidatie zijn geweest.

Na het spitten in die levens, doemt steevast de belangrijke vraag op: wat is journalistiek van belang en wat gebruiken we; wat is te privé, onnodig pijnlijk of laten we om andere redenen weg?

Dat kunnen lastige afwegingen zijn. In dit geval kozen we voor een beschrijving van de vrouw die kleur gaf aan de aanname, alom, dat de daders het niet op háár gemunt hadden. Dat een ongelukkige partnerkeuze haar fataal werd.

Van haar criminele vriend lichtten we zijn doopceel, rijk aan (grof) geweld. We schetsten het slepende conflict dat haar het leven lijkt te hebben gekost.

Haar naam noemden we voluit, zoals altijd bij overledenen, tenzij er zwaarwegende belangen zijn dat niet te doen. Zijn achternaam kortten we af tot een initiaal, zoals gebruikelijk bij verdachten en nog levende slachtoffers. Zij moeten nog verder, misschien in de bovenwereld.

Geloof alstublieft dat we wikken en wegen.

We moeten dit soort verschrikkingen, midden in de stad, gedegen en zo precies mogelijk beschrijven en dringen daarmee in privélevens van mensen die rouwen om een rampzalige gebeurtenis. Overigens seinen we, ook nu, de naaste betrokkenen in, zodat zij niet door een publicatie worden overvallen.

Met interessante informatie die ik in ruim twee decennia misdaadverslaggeving uit piëteit heb weggelaten, zou ik een kamer kunnen behangen.

Soms hou ik me overigens niet aan onze regel dat we van verdachten de voornaam wel noemen – ook vanwege de leesbaarheid van artikelen. Als een voornaam uitzonderlijk is, vooral.

Op zijn vriendelijke verzoek maakte ik gaandeweg I.B. van Inchomar B., bijvoorbeeld. Tot ik in een dossier las dat hij een van mijn artikelen waarin zijn voornaam nog wél voluit stond, juist had misbruikt om iemand af te persen. “Googel Inchomar B. maar eens!” had hij geroepen, in de veronderstelling dat de bedreigde na lezing van mijn stukken doodsbang zou zijn en zou betalen.

Jaren later werd die eigenaardige Inchomar Balentien geliquideerd in Amsterdam-Zuidoost.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden