Lezersbrief

'Ineens wil iedereen patriot zijn'

Partijen buitelen over elkaar in hun trots op Nederland, schrijft John Jansen van Galen. Maar waarop zijn ze precies trots?

John Jansen van Galen: 'Máxima had gelijk, waar komt dat gebazel over de Nederlandse identiteit ineens vandaan?'Beeld Hedy Tjin

Een golf van vaderlandsliefde overspoelt ons land nu de verkiezingscampagnes op gang zijn gekomen. Lijsttrekkers wedijveren in 'trots op Nederland'.

Rita Verdonk heeft met deze leuze, die zij muntte, inmiddels van rechts tot links navolging gevonden. Geert Wilders gaat ons geliefde land voor ons 'terugveroveren', Mark Rutte noemt het een 'ontzettend gaaf land', Lodewijk Asscher verkondigt een 'progressief patriottisme', Jesse Klaver pleit voor een 'nieuw soort nationale trots' en Alexander Pechtold noemt homohuwelijk en euthanasie 'verworvenheden' die veel Nederlanders terecht 'trots maken'.

Tegelijk valt op dat niemand lijkt te weten waarop we nu precies trots moeten zijn. 'Wat voor land willen we zijn?' vraagt de premier in zijn open brief aan alle Nederlanders - zonder het antwoord te geven. 'Wie zijn wij? We weten het niet meer,' schrijft de ChristenUnie.

'Eenheid in verscheidenheid'
Menig politicus proclameert dat er grote behoefte is aan meer debat over onze 'identiteit', maar niemand is in staat concrete inhoud aan dat begrip te geven. 'Eenheid in verscheidenheid', stamelt de PvdA, 'iedereen is anders en daardoor is iedereen gelijk.'

Identiteit moet ons van anderen onderscheiden, maar als politici de koppen bij elkaar steken om vast te stellen wat die Nederlandse identiteit dan is, komen ze er niet uit, zoals bleek in Trouw.

Linda Voortman (GroenLinks) kwam aanzetten met mensenrechten, maar bedacht meteen dat je die 'ook in andere landen ziet'. Malik Azmani (VVD) opperde dat 'we niet van agressie houden, van tegenstand, we zijn op zoek naar consensus'. Tja, wie niet?

"Doe normaal dan doe je al gek genoeg," gaf hij als nationaal motto en noemde 'Koningsdag, vrijmarkt, kerst, 4 en 5 mei' als ingrediënten van onze identiteit.

Zijn er landen waar ze geen ­nationale feest- en herdenkingsdagen hebben? En hoezo: kerst? Willem de Zwijger De hoofdredactie van de krant kwam er een paar dagen later op terug en stelde: 'Wat ons bindt, is de wens om vreedzaam en onder het gezag van de wet samen te leven.'

Is dat werkelijk onze unieke identiteit? In welk land willen de mensen dat niet? Ook schreef zij: 'Onze identiteit begint en eindigt bij tolerantie.' Wie de geschiedenis van Nederland kent, inclusief de Geuzen, de opportunistische verdraagzaamheid van Willem de Zwijger en de harde strijd om 'ons Indië', zal zich daarbij nog eens achter de oren krabben.

In 2007 poneerde prinses Máxima met de blik van de buitenstaander dat 'dé Nederlander niet bestaat'. Haar werd meteen ingepeperd dat ze dit niet had mogen zeggen: beetje dom, beetje arrogant.

Tien jaar later is de nationalistische renaissance al zo ver voortgeschreden dat geen publiek personage zoiets nog durft te beweren, behalve, in het Algemeen Dagblad, Dries van Agt, CDA-politicus buiten dienst: "Máxima had gelijk. Ik weet niet wat de Nederlandse identiteit is. Waar komt dat gebazel over identiteit ineens vandaan? Nederland is pas 400 jaar oud. In het licht van de wereldgeschiedenis is dat een windvlaag. Moet alles zo blijven als het is? Waarom?"

Klaroenstoten
De zoektocht naar onze identiteit lijkt soms een achterhoedegevecht dat daarom met des te meer verbetenheid wordt gevoerd. We voelen onszelf blijkbaar onweerstaanbaar opgezogen worden in grotere gemeenschappen (internet, Europa, de wereld) en klampen ons krampachtig vast aan wat nog exclusief van ons is: Zwarte Piet, Tweede Pinksterdag, de Coentunnel.

Zelfs 'ons' homohuwelijk en 'onze' euthanasie zijn niet uniek, en het is maar de vraag of we op die laatste 'verworvenheid' altijd trots kunnen zijn.

John Jansen van Galen is schrijver en journalistBeeld Homeira Rastegar

Waar het hameren op de Nederlandse identiteit vandaan komt, is gemakkelijk vast te stellen. Het thema is geagendeerd door eerst Pim Fortuyn en later, met meer urgentie, Geert Wilders, beiden gezegend met het vermogen de ­nationale agenda te bepalen: na hun klaroenstoten heeft niemand nog het lef te verkondigen dat onze nationale identiteit een hersenschim is, of om het aloude kosmopolitisme te verdedigen tegenover het nieuwe nationalisme.

Het agressieve nationalisme van Wilders wordt beantwoord met allerlei gematigder versies van patriottisme. Het is een al vaak herhaalde falende tactiek. Om hem de wind uit de zeilen te nemen en het speelveld niet aan hem over te laten, presenteren zijn concurrenten lightvarianten, niet beseffend dat het publiek toch liever het origineel heeft.

Het is ook een gevaarlijke weg: als deze verleidingstactiek niet slaagt, moet je Wilders steeds verder tegemoet komen om zijn kiezers te paaien. Je ziet het in de brief van Rutte aan ons allen: iedereen die niet Normaal Doet (dus niet beantwoordt aan onze alsnog te ontdekken identiteit), moet maar ophoepelen.

Je zou kunnen verdedigen dat ons volkskarakter is bepaald door de strijd tegen het water: de dijken, de polders, de intensieve samenwerking om ze in stand te houden en de compromisbereidheid die daarvoor nodig is. Maar dit 'poldermodel' voeren politici liever niet in het vaandel, sinds 'gepolder' verdacht is gemaakt door mannen als Fortuyn en Wilders die (net als Trump) liever met de vuist op tafel slaan.

Zo heeft de speurtocht naar een nationale identiteit ons op gevaarlijke dwaalsporen gebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden