Plus Column

Ineens weet ik het niet meer

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Het is woensdag in april maar het zou net zo goed een willekeurige andere maand kunnen zijn, want het is koud en nat. Ik ben bij de fysio en krijg een vurige crème voor de kluun in mijn schouder ingemasseerd.

Terwijl de vlammen door de spieren rond het gewricht schieten, voeren we een gesprek over het enthousiasme of gebrek daaraan voor de festiviteiten rond het koningshuis.

Ik lig met mijn hoofd door een gat op de behandeltafel en vertel dat ik het wel prima vind dat ik het allemaal moet missen, omdat ik moet optreden, omdat het rotweer is, omdat er nog meer is aangekondigd.

We rijden naar het pittoreske Uden in Brabant om eerst te soundchecken en later op te treden. Ik heb Fred vorige week nog op zijn verjaardag gezien en Wiwa gister nog in de studio, maar de laatste keer dat we optraden is alweer een paar maanden geleden, en als we voor het eerst weer samen op het podium staan en een nummer doen, voelt het vreemd en vertrouwd tegelijkertijd.

We hebben een nieuwe geluidsman mee om uit te proberen en ook stiekem om te kijken of ie een beetje gek te maken valt. Het veld is leeg en er vallen een paar druppels en dan gaan we ergens wat eten.

Tegenover het restaurant is een kerk met abstract glas-in-lood in een stijl waarvan ik heel graag de naam wil weten maar nooit weet hoe ik het moet omschrijven. De kerk zelf is sober maar toch indrukwekkend en ik steek een kaarsje aan voor Oma.

Er wordt gegeten en geroddeld en ik bestel een biertje voor Daan, omdat hij zegt dat hij geen alcohol wil drinken.

Ik drink een espresso die helemaal verkeerd valt en heb nog net genoeg tijd om met een capuchon op weer een beetje tot mezelf te komen voordat we naar het podium moeten om op te gaan treden.

Fred speelt ironisch een spelletje pool en ik eet een wortel terwijl ik me een voorstelling probeer te maken van hoe het zal zijn op het podium zometeen. Daan zet het eerste liedje in en we gaan één voor één het podium op.

Fred gaat als eerst en dan Ollie. Terwijl hij zijn couplet inzet, haal ik me de openingszinnen van mijn eigen couplet voor de geest. Ineens weet ik het niet meer. De eerste twee zinnen komen als vanzelf en daarna volgen er nog twee, maar ik heb het gevoel dat er nog iets anders tussen hoort te zitten. Ik schud met mijn hoofd alsof ik een etch-a-sketch reset en probeer het dan nog een keer maar er komt niks.

Ollies couplet nadert het einde en ik begin te stressen als het couplet aanvangt. Ik loop het podium op en sta voor het eerst sinds een tijdje weer oog in oog met de mensenmassa. Ollie kondigt me aan en ze gaan schreeuwen net als ik hem bij de schouder wil pakken om te zeggen dat ik het niet meer weet. Ik draai me om en doe maar gewoon mijn mond open.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden