Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Ineens was ik beland in een charmecompetitie met iemand die ik niet kende

PlusMassih Hutak

Massih Hutak

“Waarom ben je bang?” vroeg hij direct na de kennismaking. We stonden te wachten op de metro bij station Noorderpark. Hij in een driedelig zwart pak met een zakhorloge en bolhoed. Ik in m’n groene trainingspak met zwarte muts. Ik schatte hem een jaar of zestig.

Hij droeg een puppy in z’n armen alsof het een pasgeboren baby was. Ik had m’n kleine aan de hand: groot genoeg om niet meer gedragen te worden, klein genoeg om niet te los te laten.

Waarom ben ik bang?

Toen ik uit huis vertrok en me haastte naar het kindertheater was dit niet bepaald een vraag die in me opkwam. Alhoewel, ik was bang omdat ik niet de vader wilde zijn die te laat binnenloopt en de voorstelling verstoort. Of nog erger: bang omdat we straks voor een dichte deur staan. Maar dat was volgens mij niet wat hij bedoelde.

De man haalde zijn zakhorloge tevoorschijn en zei dat we niet lang meer hadden.

“METRO!” schreeuwde Kindjongen uit volle borst terwijl ik nog zat te overpeinzen. De man keek nonchalant om zich heen, waarschijnlijk om me op m’n gemak te stellen.

Terwijl het perron volliep en de metro aankwam, probeerde ik alvast te jagen op een zitplek. Hij maakte een beschaafd gebaar dat wij eerst mochten instappen en kwam naast ons zitten met zijn puppy.

De kleine keek naar de lichtgevende kaart met de metrohaltes en begon te tellen hoever we te gaan hadden. Ik wist dat het minder dan vijf minuten was en voelde mezelf onrustig worden. Omdat ik in ieder geval één intelligent, gevoelig en gevat antwoord wilde kunnen geven. Ik was ineens beland in een charmecompetitie met iemand die ik niet kende.

Waarom ben ik zo?

Tegelijkertijd probeerde ik ons niet te laten verdrukken door de menigte, terwijl de man naast ons de rust zelve was. Hij stelde zijn puppy gerust in een onverstaanbare taal. Ik probeerde me te herinneren hoe we ook alweer aan de praat raakten. Maar het lukte niet, net als het herinneren van zijn naam.

Had ik wel alles ingepakt voor de kleine? Wat als hij straks midden in de voorstelling weg zou willen? Of trek krijgt. Of naar de wc moet.

Hoe laat was het eigenlijk?

De man haalde opnieuw zijn zakhorloge tevoorschijn en herhaalde dat we niet lang meer hadden. Daarna keek hij mij verwachtingsvol aan.

“Ik ben bang omdat alles zo voorspelbaar is”, zei ik tenslotte. Ik hoopte dat hij het concreet en cryptisch tegelijk vond zodat er een existentieel gesprek uit kon voortvloeien.

“Dank u wel,” antwoordde hij. Hij stopte het horloge terug in z’n zak en stond op.

“Het is tijd.”

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden