null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Ineens sta je in het dossier: de verdachte weet waar je woont!

PlusPaul Vugts

Drie keer in een paar weken tijd vertelden betrokkenen me over hun grote schrik toen ze merkten dat hun adressen plompverloren bleken op­genomen in strafdossiers van verdachten van serieuze misdrijven. Nu weten die waar ze wonen!

Die schrik is volkomen begrijpelijk, maar kennelijk niet voor de politiemensen of justitie­medewerkers die de gevoelige informatie zonder uitleg vooraf in de stukken stoppen. Voor hen is dat de normaalste zaak van de wereld.

Steeds vaker werken rechercheurs in de zwaardere zaken ‘onder nummer’: in plaats van hun naam komt een code in het proces-verbaal. Officieren van justitie schermen zich af en vragen ons journalisten ze anoniem te houden. Gegevens van slachtoffers of getuigen geldt die voorzichtigheid minder. Die worden veelal zwart op wit geopenbaard.

Niet zonder gevaar soms.

In strafdossiers trof ik volop verklaringen van getuigen of slachtoffers die het gesprek begonnen met de waarschuwing dat hun relaas ‘nóóit op papier mag’. In de afpersingszaak tegen Willem Holleeder, om er een te noemen. Ik zie de rechercheurs voor me die tijdens het verhoor quasigeruststellend wat hummen, maar naam en toenaam toch doodleuk optikken in de getuigenis over afpersing, bedreiging et cetera. Rechercheurs hebben immers hun ‘verbaliseringsplicht’: ze móéten ter maximale controle in detail opschrijven wie welk bewijs heeft aangeleverd. Zelf vind ik het dan wel zo fatsoenlijk als de spreker er tijdig uitdrukkelijk op wordt gewezen dat zijn of haar naam in de stukken komt die alle procespartijen krijgen.

Wel vaker steekt de voorzichtigheid met persoonsgegevens van overheidsfunctionarissen schril af tegen de lichtvaardigheid met de gevoelige informatie over gewone stervelingen – die hun nek uitsteken en soms heel wat meer gevaar lopen dan die ambtenaren.

Collega’s van me vonden zichzelf terug in het dossier over de wildwestschietpartij in de Staatsliedenbuurt eind 2012. Ze hadden geparkeerd in de buurt van de zwaarbeveiligde ‘bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp. Omdat die dag enkele criminelen op de publieke tribune zaten, had de politie de kentekens van alle auto’s in de omgeving nagetrokken én geregistreerd.

Dus van de journalisten die soms tot weerzin van de verdachten en hun entourage over die dubbele liquidatie schreven, werden de gegevens maar even verspreid. Hetzelfde gebeurt journalisten die moeten getuigen, doorgaans tegen hun zin.

Kan in grote zaken niet een functionaris worden aangewezen die de dossiers voor verspreiding scant op onnodig verstrekte gevoelige data?

Overigens schrikken ook verdachten geregeld van alle openheid, vooral als de rechtbankvoorzitter aan het begin van hun strafzaak hun huisadres opleest. Niet zelden draait een beklaagde dan verschrikt naar onze persbanken. Belofte: ik zal nooit zomaar een huisadres publiceren – tenzij alom bekend is dat het misdrijf daar is begaan, natuurlijk.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden