Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Ineens gaat het in de rechtszaal over een ‘hollende kleurling’

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Daar kwam ie plotseling weer voorbij in een pleidooi in een Amsterdams moordproces: het ‘Hollende kleurling-arrest’. Midden in tijden van hypersensitiviteit en woke zou je aan je perstafel van je stoel vallen. Niets aan de hand hoor, het is gewoon weer een gevalletje archaïsch taalgebruik dat alléén nog in het recht valt te beluisteren.

Het is een curieus jargon met termen uit lang vervlogen tijden dat die togadragers niettemin in ere houden.

Eerst maar eens dat Hollende kleurling-arrest. Twee agenten zien in 1976 midden in de nacht een zwarte man komen aanrennen uit de richting van drugscafé Caribian Nights in de Warmoesstraat – evenals de Zeedijk toentertijd totaal verrot door de heroïne. De agenten ‘houden hem staande’ (ook zo’n uitdrukking) om hem te fouilleren. Als hij zijn hand op zijn jaszak houdt, willen ze hem op verdenking van drugsbezit naar het roemruchte Bureau Warmoesstraat brengen. Hij bijt één agent in zijn pols en in de worsteling die volgt, valt een wikkel heroïne op straat. Hij wordt gedagvaard voor drugsbezit (840 milligram) en ‘wederspannigheid’ (jaja). Het gerechtshof oordeelt dat hij niet aangehouden had mogen worden omdat het ‘hollen’ van een ‘kleurling’ natuurlijk onvoldoende is om hem ‘als verdachte aan te merken’.

In de lopende Amsterdamse moordzaak was een donkere verdachte aangehouden omdat hij uit de richting van het Krugerplein in Oost rende, waar net ‘Maantje’ Sambo was doodgeschoten. U begrijpt waar de advocaat heen wil met zijn verweer.

Wat extreem oubollig taalgebruik betreft, strijden twee bekende termen wat mij betreft om voorrang.

De eerste is ‘voor de nachtrust bestemde tijd’. Het is een extra plusje bij de verdenking als iemand om vier uur ’s nachts, pakweg, met een koevoet en een bivakmuts in een tuin staat die niet de zijne is. Kennelijk mogen rechters ook anno 2022, midden in de 24 uurseconomie, voor ons bepalen welke uren van het etmaal zoal bedoeld zijn om te slapen.

De andere topper is het beschuldigen van de verdachte van ‘het gebruik van listige kunstgrepen en/of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels’. Oplichting, bedoelen ze. Haha.

Toch vind ik niet dat alles wat ouderwets is maar weg moet. Deze week riep een advocaat in ‘de bunker’ in Osdorp in een gloedvol betoog: ‘Les jeux sont faits!’ Verwijzend naar de roman van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre uit 1943, in het Nederlands vertaald onder de titel De teerling is geworpen.

De advocaat vond dat alle kaarten van de aanklagers op tafel lagen, dat sluitend bewijs ontbrak en zijn cliënt in liquidatiezaak Marengo na 5 jaar eindelijk moest worden vrijgelaten.

Hij had zich minder verfijnd kunnen uitdrukken.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden