Beeld Artur Krynicki

Ineens bevroor ze aan de ontbijttafel

PlusErik Jan Harmens

Mijn zoon (20) en ik schrijven elkaar elke week een brief. Niet op papier, maar via een blog. Er zit een slotje op, op het blog, want onze correspondentie is privé. Niet dat we onoorbare dingen delen, vaak vatten we gewoon de week samen en delen we muziek die we mooi vinden.

Vorige week kwam hij met een liedje dat ik niet kende. Dat is niet heel bijzonder: ik ken veel liedjes, maar nog veel meer ken ik er niet. Deze was van de 18-jarige Duitse zangeres Zoe Wees. Haar hit Control gaat over hoe ze als kind worstelde met een bepaalde vorm van epilepsie en dagelijks bang is dat ze het wéér krijgt. Some­times I still think it’s coming, but I know it’s not, zingt ze. Je denkt dat iets komt, ook al weet je dat het níét komt.

Wat geldt voor een epilepsieaanval, gaat ook op als iemand die je liefhebt er niet meer is. Steeds verwacht je dat hij de kamer binnen komt lopen, terwijl hij al lang en breed onder de zoden ligt of in een asbus wacht op verstrooiing.

Ze is twee jaar geleden overleden, maar nog steeds vraag ik me af wat ik zou doen als mijn telefoon gaat en ik MAMA in het scherm zie staan. Opnemen natuurlijk, een dode moeder druk je niet weg. “Ja, Rikkie, met mij,” zou ze zeggen, waarbij aangetekend dat alleen wijlen mijn moeder en, nou vooruit, ook mijn zus me ‘Rikkie’ mogen noemen. Voor ieder ander is het: Erik Jan. Erik mag ook, EeJee is prima, zelfs ‘Iedzjee’ kan ik verdragen, ‘Rikkie’ zou ik (’t is maar een tip) uit je hoofd laten.

Zoe Wees had als kind epilepsie, mijn moeder kreeg het op latere leeftijd. Ik zat tegenover haar aan de ontbijttafel toen ze ineens bevroor. In haar linkerhand hield ze een croissant, in de rechterhand een mes, ze keek roerloos voor zich uit als een etalagepop. Ik belde mijn zus (“Hoi Rikkie”) en daarna 112 voor een ambulance. Zodra de broeders binnenkwamen, viel mijn moeder van haar stoel. Eenmaal plat op haar rug stuiterde ze alsof ze onder stroom stond. Toen ze weer terug was uit het ziekenhuis, dacht ik als we samen ontbeten dat ze wéér zou bevriezen, maar ze bewoog nog een paar jaar door.

Wat zou het fijn zijn als mijn moeder en ik elkaar nog wekelijks een brief zouden kunnen schrijven, via een blog met een slotje. We zouden de week samenvatten en muziek delen die we mooi vinden. Op haar uitvaart draaiden we haar lievelingsliedje: Sincerità van Riccardo Cocciante. Van de tekst begreep ze geen reet, maar ze zong ’m altijd woord voor woord fonetisch mee. Sinceritaaaa... Kwesto nomekee vooruit darateeee.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden