Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Indiëherdenking is waardevol en problematisch

Plus Reza Kartosen-Wong

De jaarlijkse Indiëherdenking op 15 augustus was vaste prik voor mijn Indische oma. Zij vond het belangrijk om de slachtoffers van de Tweede ­Wereldoorlog in voormalig ­Nederlands-Indië te blijven herdenken. Zij had ook geleden onder de wrede Japanse bezetting. Niet achter het prikkeldraad van de Japanse kampen, maar vanwege haar Indische afkomst als zogenaamde ‘buitenkamper’.

Net als zoveel van haar Indische generatiegenoten liet mijn oma lange tijd niets los over deze ­periode. Te pijnlijk, vermoed ik. Pas tijdens haar laatste levens­jaren doorbrak zij dat ‘Indisch zwijgen’ een beetje.

Juist de verhalen over de Japanse bezetting moeten worden verteld. De gemiddelde Nederlander, zonder banden met ­Nederlands-Indië, weet namelijk nauwelijks wat zich daar heeft afgespeeld. Robert Vuijsjes apathische reactie toen Marion Bloem hem vorig jaar aan de tafel van Pauw vertelde over het Indische leed, illustreert dat ­gebrek aan kennis, maar ook het gebrek aan interesse en ­inlevingsvermogen.

De Indiëherdenking geeft die verhalen een podium en houdt de herinnering aan de oorlogsslachtoffers in Nederlands-Indië levend. Dat is waardevol. Tegelijkertijd is de Indiëherdenking problematisch, omdat die bevolkingsgroepen uitsluit en de koloniale, raciale hiërarchie in stand houdt. Lange tijd werden alleen witte en Indische slachtoffers van de Japanse bezetting herdacht, pas sinds kort is er ook aandacht voor de vele Indonesische slachtoffers.

De slachtoffers die van 1945 tot 1949 vielen tijdens de dekolonisatieoorlog – beter gezegd: de herbezettingsoorlog, omdat Nederland Indonesië opnieuw wilde bezetten – worden ook herdacht. De nadruk ligt hierbij op witte en Indische Nederlanders die het leven lieten, zowel burgers als militairen, en niet op Indonesische burgers, laat staan Indonesische vrijheidsstrijders.

Dit leidt tot een cynische situatie: Nederlanders die oorlogsmisdaden pleegden worden wél expliciet herdacht, maar hun Indonesische slachtoffers niet. Het biedt, wellicht onbedoeld, ook ruimte aan toespraken vanuit koloniale perspectieven, waarin Indonesiërs worden afgeschilderd als bloeddorstige primitievelingen, als de agressors, en witte en Indische ­Nederlanders figureren als onschuldige slachtoffers. Terwijl Nederlanders toch echt de bezetters waren en niet andersom.

Vorig jaar gingen mijn Indische moeder en Indonesische vader voor het eerst in de plaats van mijn oma naar de herdenking bij het Indiëmonument in het Amstelveense Broersepark. Mijn vader ging mee uit respect voor alle slachtoffers, maar moest luisteren naar een toespraak waarin neerbuigend en stigmatiserend werd gesproken over Indonesiërs, over ‘zijn’ volk. Dat ervoer hij als bijzonder pijnlijk en kwetsend.

Zolang de Indiëherdenking ruimte biedt aan zulke koloniale en demoniserende narratieven, is die niet inclusief en zelfreflectief. Vanwege mijn oma herdenk ik op 15 augustus, maar vanwege mijn vader zal ik vooralsnog niet naar de herdenking gaan.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool. Reageren? Mail dan naar reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden