Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Inderdaad, Verzetsmuseum, niemand is continu een held

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het Verzetsmuseum gebruikt de term verzetsheld niet meer.
Die helden worden nu voorgesteld als verzetsmensen.

Mensen...

Reden: de helden waren soms geen echte helden. Thuis sloegen ze hun kinderen of waren ze alcoholist.

Tja... Ik blijf verzetshelden verzetshelden noemen.

Die Amerikaanse Vietnamstrijder die zeventien jongens redde met gevaar voor eigen leven. Zeker, hij schoot daarbij verschillende Vietcongstrijders dood. Thuis in Atlanta werd hij gek, gebruikte hij te veel drugs en schoot hij zijn buren, vrouw en schoonouders dood.

Op een bepaald moment in zijn leven was hij heldhaftig. Vertoonde hij moed die anderen, om welke reden ook, niet konden opbrengen. Hij nam levens, maar redde er ook. Ik noem hem een held omdat hij op een bepaald moment ‘het goede’ deed. Dat hij de rest van zijn eigen leven verknoeide vind ik geen reden om zijn heldenstatus als epauletten van zijn schouders te scheuren.

Inderdaad, Verzetsmuseum, niemand is continu een held. Maar dat sommigen in de oorlog in het verzet heldendaden verrichtten, maakt ze verzetshelden, wat niet meer is dan een eretitel voor bewezen diensten. Mensen zijn niet altijd moedig. Dat kan ook niet. Ze hebben niet altijd de juiste denkbeelden.

Misschien is het juist goed om tijdens je leven je eigen mens- en wereldbeschouwing te onderwerpen aan een kritische blik. Maar dat je het af en toe wel bent, levens redt, en daarmee de loop van de geschiedenis een tikje geeft, al is het maar voor één ander mens, geeft je recht op die titel die vroeger voorbehouden was aan mythische figuren en die we verlenen aan hen die mythische of goddelijke daden hebben verricht.

En ja, die alcoholische, moordende verzetsheld was misschien óók een moreel verderfelijk persoon, de schrik van de buurt, een sadist voor vrouw en kinderen, maar toch heeft hij door zijn schamele verzetsdaden recht op die titel die je hem niet moet afpakken zodat hij niets meer heeft.

“Maar oorlogshelden willen zelf geen held genoemd worden.”

Uiteraard niet. Iets wat je vanzelfsprekend vindt, vind je niet heldhaftig, maar kan het wel zijn.

Die buurvrouw die nu warme kinderkleren inzamelt voor Oekraïne, vind ik een heldin. Wanneer Poetin straks Brutus ontmoet die hem neersteekt, is Brutus ook mijn held. Zij die Joden hebben gered, met gevaar voor eigen leven en daarmee bedoeld of onbedoeld een goddelijke gloed over hun leven geblazen kregen, zijn voor mij verzetshelden.

Die handelingen strekken mij tot voorbeeld. Over hun heldendaden verhaal ik zodat ze tevens een voorbeeld voor anderen zijn.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden