Lezersbrief

‘Incassoregels maken rekeningen onrechtvaardig hoog’

Emma Verhulp is stagiair bij de rechtbank en ziet daar hoe incassoregels rekeningen onrechtvaardig hoog maken. ‘Een niet betaalde tandartsrekening van 425 euro wordt 1300 euro met incassokosten.’

Volgens Emma Verhulp kunnen de huidige incassoregels rekeningen onrechtvaardig hoog maken. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Volgens Emma Verhulp kunnen de huidige incassoregels rekeningen onrechtvaardig hoog maken.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Een mevrouw gaat naar de tandarts. De rekening is ongeveer 425 euro. Zij krijgt daarvoor een factuur thuisgestuurd, waarin haar wordt gevraagd om binnen 30 dagen te betalen. Mevrouw betaalt niet.

Haar tandarts stuurt haar herinneringen, maar betaling blijft uit. Daarop schakelt de tandarts een incassobureau in, dat haar een 14-dagen brief stuurt. De wet schrijft voor dat deze brief verstuurd moet worden aan de degene die nog moet betalen. In de brief wordt haar een laatste kans gegeven om de rekening binnen 14 dagen te voldoen, zonder dat daar extra kosten aan worden verbonden. In de brief wordt vermeld hoe hoog die extra kosten zijn als ze niet betaalt: ruim 80 euro.

Mevrouw betaalt niet. Het incassobureau dagvaardt haar voor de rechtbank. De rente voor de rekening is inmiddels ruim 5 euro. De rekening zelf, de incassokosten en de rente komen bij elkaar opgeteld nu net boven de 500 euro uit.

Omdat de zaak nu bij de rechtbank ligt, wordt er griffierecht geheven, dat moet worden betaald door degene die wordt veroordeeld tot betaling. De hoogte is afhankelijk van de rekening zelf, de rente en de incassokosten. Tot 500 euro is het griffierecht 124 euro. Komen deze bedragen samen boven de 500 euro, dan is het griffierecht 499 euro.

Hierdoor verdubbelt het bedrag dat mevrouw moet betalen. Als ze wordt veroordeeld tot betaling moet mevrouw ook nog het salaris van de deurwaarder betalen en de kosten voor het opstellen en bezorgen van de dagvaarding, samen zo’n 270 euro.

Het begon met een openstaande tandartsrekening van niet meer dan 425 euro. De vordering van het incassobureau bedraagt inmiddels bijna 1300 euro. Mevrouw stuurt een mail naar de rechtbank. Ze heeft nooit één brief gezien en kan dit soort bedragen niet in één keer betalen. Hoe kan het, schrijft ze in de mail, dat instanties die haar zouden moeten helpen, haar juist verder de put in duwen.

Voor het incassobureau maakt dit geen verschil – en logisch. Het verweer van mevrouw bevat juridisch geen poot om op te staan. Het incassobureau wijst erop dat haar meerdere brieven zijn gestuurd en dat die niet retour zijn gekomen. En dus is het onwaarschijnlijk dat zij ze niet heeft ontvangen. ‘Tot persistit!’ schrijft het incassobureau, ofwel, we handhaven de vordering.

Mevrouw krijgt van de rechtbank nog de mogelijkheid te reageren op de reactie van het incassobureau, om uit te leggen hoe het dan mogelijk was dat zij geen van de brieven had gekregen, maar dat doet ze niet. De rechter kan weinig anders doen dan het hele gevorderde bedrag toewijzen.

Als stagiaire bij de rechtbank krijg ik het dossier op mijn bureau. De kantonrechter komt de kamer binnen waar ik zit. Ik beklaag mij over het griffierecht.

“Kunnen we niet gewoon 124 euro aan griffierecht eisen of een percentage van het gevorderde bedrag?”

“Dat is ook niet altijd rechtvaardig,” zegt hij. “Stuur maar een boze brief naar de krant.”

Emma Verhulp, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden