Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

In V-vorm naar het zuiden, korte gesprekken lange schaduwen

PlusFemke van der Laan

We rijden op de snelweg. Het is midden op de dag. De zon staat laag. De auto’s voor me hebben lange schaduwen, schuin naar achteren, ze reiken allemaal tot over de vluchtstrook, tot in de berm, waar de schaduwdaken grillig over het gras bewegen.

De zon staat schuin voor me, in het hoekje van het raam, waar de zonwering net niet kan komen. Ik heb de klep al een paar keer naar beneden en weer naar boven gedaan. Nu tuur ik door mijn wimpers en voel door de voorruit de warmte van de zon.

We zijn stil. Tot iemand iets zegt.

“Morgen is het winter.”

“Ja.”

“En de kortste dag.”

“Ja.”

Dan is het weer stil. Onze gesprekken zijn als de tijd van het jaar. Kort. Met lange schaduwen.

Ik kijk in de achteruitkijkspiegel. De jongste is niet te zien, hij zit onderuit­gezakt op de achterbank. Ze zijn alle drie aangekleed, maar het voelt alsof ze nog in pyjama zijn. Ik kijk naar beneden, naar mijn spijkerbroek, en denk aan de joggingbroek waarin ik slaap.

“Wat gaan we doen met kerst?”

“Niets.”

Ik kan een heel eind vooruit kijken. De weg maakt straks een bocht, dan zal de zon meer van voren komen, de schaduwen van de auto’s zullen op de weg blijven, de zonneklep zal nut hebben, iemand zal weer iets zeggen.

We zijn op de terugweg, naar de stad. We zouden er ook voorbij kunnen rijden. We vinden het allemaal wel best zo.

Deze week zag ik vogels vliegen, hoog boven de straten. Naar het zuiden. In V-vorm. Ik vond hun vleugels wijd. Ik vroeg me af of ze niet laat waren, het was al bijna winter. Daarna vond ik mezelf eigenwijs. Ik kon ervan uitgaan dat ze het wel wisten, die vogels, welke tijd van het jaar het was, waar ze heen wilden, hoe lang ze daarvoor nodig hadden. Misschien waren ze er zelfs al. Bijna. Misschien was het hier wel het zuiden, stond de zon hier al goed. Laag, maar hoog genoeg.

Ik doe de klep naar beneden. We zijn aan het begin van de bocht, ik zie een beetje van de zijkanten van de auto’s voor me. Ik wacht tot iemand weer iets zegt. De middelste, naast me, legt haar hoofd tegen het raam, daarna tilt ze hem op en leunt tegen mijn schouder.

Ik stel me voor hoe het zou zijn, wij, in

V-vorm naar het zuiden, met korte gesprekken en lange schaduwen. En wijde vleugels. De stad voorbij.

“Hoe lang nog?”

“Een half uur.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden