James Worthy. Beeld Agata Nowicka

In talkshows hoor je nooit hoe prachtig gamen is

Plus James Worthy

Gisteren las ik in Het Parool dat de PlayStation 25 jaar bestaat. Ik denk terug aan vroeger. Aan die videotheek op de Overtoom waar je spelcomputers kon huren. Mijn vrienden en ik huurden dat ding om de twee weken. Altijd met dezelfde drie spellen. Twisted Metal, ESPN Extreme Games en NHL FaceOff.

Ik woonde het dichtst bij de Overtoom dus ik huurde het ding, stopte het voorzichtig in mijn Eastpak en stapte in de tram. Dat apparaat kostte in die tijd 800 gulden, dus erg op mijn gemak voelde ik me niet. Ik was vijftien jaar.

Veelal speelden we bij Michael op de Groenburgwal. Ik weet de eerste keer nog goed; de geluiden die dat apparaat maakte en hoe de games eruit zagen. De spelletjes zagen er levensecht uit. Althans, dat vonden we toen. Als je vandaag de dag op de eerste PlayStation speelt, zie je een paar gekleurde blokjes die tegen elkaar op aan het rijden zijn. Maar in die tijd was dat levensecht. In 1995 bestond de wereld in zijn geheel uit vrijende blokjes en videotheken.

Ik regelde het apparaat, Alex zorgde voor de pizza’s, chips en frisdrank, en Michael stelde zijn huis beschikbaar. Hij had een grote huiskamer. Als ik binnenkwam, stonden er drie stoelen op één meter afstand van de televisie. Zo’n grote televisie. In die tijd hadden tele­visies nog een dikke kont.

We begonnen direct met spelen en stopten de volgende ochtend pas. Met ogen zo vierkant dat je er Tetris mee had kunnen spelen.

In de media hoor je vrijwel nooit goede verhalen over gamen. Aan talkshowtafels zitten altijd jongens en meisjes die over verslavingen praten of foppsychologen die mogen beweren dat er echt een verband bestaat tussen geweld en computerspellen. Nooit zit er een vriendengroep. Nooit zit er iemand die vertelt over hoe prachtig gamen is. En wat voor onmetelijk sociale bezigheid het in feite is.

We zijn nu 25 jaar verder. Er zit geen videotheek meer op de Overtoom. Maar af en toe staan er wel drie stoelen in mijn huiskamer. Op één meter afstand van een compleet kontloze televisie.

Hoe dan ook, ik wil de PlayStation bedanken. Voor de platte duimen en de lange nachten. Voor het levensechte en voor het lange wachten. Voor het sterker maken van vriendschappen. Voor alle ‘mijn-controller-doet-het-niet-goed’-grappen. Voor Ridge Racer en de zoveelste kapotte laser. Voor Gran Turismo en Tekken. De 3ES-blikjes en het snacken. Voor Metal Gear en Castlevania. Voor Tony Hawk en WrestleMania.

Als eerbetoon zal ik vanmiddag mijn PlayStation 4 in mijn rugzak stoppen en in een tram stappen. Misschien loop ik wel langs een schoolplein en verhuur ik mijn spelcomputer aan een vijftienjarig kind. Zoals vroeger. Toen de wereld nog uit vrijende blokjes bestond.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden