Max Pam en Paul Brill.Beeld Artur Krynicki

In Nederland wordt Heineken door menig caféganger omschreven als ‘paardenpis’

PlusMax Pam en Paul Brill

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: Heerlijk helder Heineken.

Geniale Belg

Bij zijn vertrek zei de Heinekentopman Jean-François van Boxmeer: “Als je dit vijftien jaar doet, is de statistische waarschijnlijkheid hoog dat je je beste moment achter de rug hebt.” Wijze woorden, die hem nog diezelfde week werden nagezegd door Matthijs van Nieuwkerk.

Van Boxmeer maakte Heineken van wereldmerk tot een wereldconcern. Dat daar een Belg – want dat is van Boxmeer – voor nodig was, is geen verrassing. Vaak heb ik gemerkt dat Heinekenbier in het buitenland veel hoger in aanzien staat dan in Nederland zelf. Wil je elders op de wereld iets lekkers drinken, dan bestel je een Heineken. In Nederland wordt Heineken door menige cafébezoeker omschreven als ‘paardenpis’. Vroeger was het Grolsch, tegenwoordig meer Hertog Jan of Gulpenbier, maar in de Hollandse kroeg wordt neergekeken op Heineken. Dat is even highbrow als provinciaals.

Zelf heb ik Heineken altijd uitstekend bier gevonden, maar misschien is mijn smaak gekleurd omdat ik Freddy Heineken (1923-2002) nog heb gekend. Dat is een verhaal dat ik weleens heb verteld en daarom hier niet zal ­herhalen, maar er is een anekdote waar ik niet omheen kan en waar Freddy zelf ook om moest lachen. De Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring verkeerde weer eens in financiële moeilijkheden, omdat de clientèle veel dronk – maar vooral op de pof. Heineken was bereid bij te springen door de huur aanzienlijk te verlagen. Een tijdje later meldde Heineken zich aan als lid van De Kring, maar zijn aanvraag werd door de leden afgewezen, omdat hij geen kunstenaar was.

Een keer zat ik met hem te lunchen in Brasserie van Baerle. Vanuit zijn geparkeerde auto werd een draagbare telefoon aangedragen, iets bijzonders in die tijd. Aan de lijn was de kapitein van zijn jacht, dat ergens aan de Côte d’Azur lag. Beatrix logeerde aan boord en de Majesteit had geld gevraagd om te kunnen winkelen. De kapitein vroeg toestemming om de kluis te openen. Ik zal niet zeggen hoeveel, maar het was een aanzienlijk bedrag. Heineken stemde toe. Toen ik hem vroeg of het geld zou worden terugbetaald, keek hij mij slechts zwijgend aan, maar met een zeer vervaarlijke grimas op het gezicht.

Die Van Boxmeer heeft in vijftien jaar de omzet en de winst meer dan verdubbeld. Zonder al die andere merken draait Heineken per jaar al een omzet van 5 miljard euro. Een geniale Belg met een Hollands randje, jammer dat Freddy dat zelf niet meer heeft kunnen meemaken. Hij zou er een pintje op hebben gedronken, hoewel het woord pintje in zijn gezelschap niet mocht worden gebruikt.

Max Pam

Joe Sixpack

Toen ik als correspondent werkzaam was in de Verenigde Staten, kon je in een horeca-­etablissement je mondaine inslag etaleren door niet een Budweiser of een Miller te bestellen, maar een Heineken. Of nog beter: een Amstel Light. Een bierconnaisseur, very cool!

Maar je moest je er niet op verkijken. Het denkbeeldige applaus dat je ten deel viel in Washington, New York, Boston, San Francisco en Los Angeles, was al heel wat lauwer in Houston en Pittsburgh. In Little Rock en Omaha haalden ze hun neus op bij zo’n bestelling en in Dodge City en Paducah moest je niet vreemd opkijken als er helemaal geen buitenlands bier op de kaart stond.

Heineken is inmiddels een gevestigde naam in de VS, al is de Nederlandse brouwer nooit een grote speler op de Amerikaanse biermarkt geworden. Het aandeel schommelt rond de 4 procent. Dat is profijtelijk genoeg, want de markt is groot, maar de afzet verbleekt bij die van de grote Amerikaanse merken. Joe Sixpack, de Amerikaanse neef van Jan Modaal, is niet gediend van allochtoon brouwsel.

Zoals hij ook weinig moet hebben van exotische gerechten en buitenlandse auto’s. Daar kun je mee aankomen in de metropolen en in een linkse enclave als de staat Vermont, maar niet in Dodge City en Paducah.

Dat werkt door in de politieke arena. In 2004 was Howard Dean, toenmalig gouverneur van Vermont, een van de gegadigden voor de Democratische nominatie. Een conservatieve actiegroep attaqueerde hem met een spraakmakend tv-spotje waarin twee ‘gewone kiezers’ de linkse gouverneur maanden om zijn ‘tax-hiking, government-expanding, latte-drinking, sushi-eating, Volvo-riding, New York Times-reading, left-wing freak-show’ onverwijld mee terug te nemen naar Vermont, ‘where it belongs’. In plaats van latte had Amstel Light niet misstaan in die boutade.

Hiermee is niet gezegd dat Joe Sixpack per definitie een xenofoob is. Nergens in de VS word je als buitenlandse bezoeker zo gastvrij onthaald als in Middle America. Maar bier en politieke campagnes moeten naar Amerika smaken.

Daarom vrees ik het ergste voor de kansen van de twee voorlopige koplopers in de Democratische race. Pete Buttigieg moet al een extra hindernis nemen vanwege zijn homoseksualiteit en heeft ook nog eens zijn onuitsprekelijke naam tegen: daarover breekt zelfs een geoefende nieuwslezer zijn tong. Bernie Sanders is een belijdend socialist met een verleden in het linkse sektarisme: bagage die als wezenlijk on-­Amerikaans wordt beschouwd door de Trump-kiezers die de Democraten moeten terugwinnen.

Misschien vergis ik me. Dan zal ik welgemoed het bierglas heffen op het succes van Trumps opvolger. Desnoods in Dodge City of Paducah.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden