Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

In Moskou stroomde de poëzie door de straten en we waardeerden elkaars cultuur

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Op de Kermis kan je een waterpistool winnen. Een watermitrailleur eigenlijk.

“Waarom niet, mam?” vraagt de jongen van acht, negen.

“Omdat ik niet van wapens hou.”

“Het is niet echt, maar water.”

Dan zegt de moeder: “Ik weet dat het ongevaarlijk is, maar dat je op andere mensen richt en dan fantaseert dat ze dood of gewond zijn, vind ik walgelijk.”

Ik loop langs ze en kijk berouwvol. Constant fantaseer ik dat bepaalde mensen dood moeten, maar daar staat tegenover dat ik vele doden levend fantaseer. In mijn geheugen leven de mensen trouwens altijd. Misschien ook omdat dat een plek is waar zich steeds meer doden ophopen.

Ik zie jeugdig jongensverdriet. Hij wil niet dat z’n moeder kwaad is op hem – want zo oogt ze wel – én hij wil die lichtgele waterspuit om zich een soldaat te wanen, een held. Als hij net zo is als ik, wilde hij op die leeftijd niets liever dan zijn moeder beschermen.

Maar tien jaar later wilde ik niet in militaire dienst.

Je voorbereiden op een oorlog was een opvoedingsdoel. In Indië was mijn vader ‘landstormer’ geweest. Omdat hij hoorde bij een groep weldoorvoede Nederlandse bestuursambtenaren werden ze het bierbuikenpeloton genoemd. Te weinig geweren, geen passende kleren, geen strategie. Achteraf veel schaamte.

Toen ik in 2006 in Moskou rondliep en sprak met acteurs, journalisten, schrijvers en filmers ontmoette ik alleen maar warme en zeker gezellige mensen met wie het goed drinken was; de poëzie stroomde door de straten en we waardeerden elkaars cultuur.

Waren mijn ouders voor hen nu zo bang geweest?

En voor wie ben ik dan nu bang? Niet voor de Dimitri’s, de Sacha’s en Fedors die ik toen ontmoette.

Mijn vader zei destijds: “In het interbellum heb ik ook nooit een onsympathieke Duitser ontmoet.”

Hij begreep dat je de gedachten van een volk kon sturen door een sterke Leider te kiezen en door onschuldigen schuldig te verklaren aan alles wat misgaat.

Het jongetje op de kermis is verdrietig. Jaloers kijkt hij naar andere jongetjes met waterwapentuig.

Ziet zijn moeder niet dat ze hier rondloopt in een grote ongevaarlijke metafoor van het leven: zwieren, zwaaien, gokken, schieten, winnen, verliezen, lachen, huilen. Draaimolens, botsauto’s, spookhuizen, schiettenten, de toekomstvoorspeller.

En achter de kerk, waar het duister is, blazen jongens en meisjes elkaar nieuw leven in.

Geef dat knulletje toch zo’n gele mitrailleur. Straks zit er geen water meer in maar kruit en lood.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden