Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

In mijn vriendenkring kom ik alleen maar gelikte beren tegen

Plus

De oma van een goede vriendin was op basis van langdurige en weinig vreugdevolle ervaring geen groot voorstander van het huwelijk.

"Je vraagt om een worst en krijgt het hele varken," zei ze, toen ik er tijdens een verjaardag naast haar in de kring eens terloops naar informeerde. "En daar zit je dan de rest van je leven aan vast."

De woorden werden uitgesproken met een sappig Brabants accent dat de worst nog redelijk in zijn waarde liet, maar van het varken een vèrken maakte, een nog veel groter zwijn dan het dier van nature al was.

Ik depte de koffie die ik had uitgespuugd van mijn broek, en prees het besluit van het beest in kwestie om op middelbare leeftijd te overlijden. Een grotere dienst had hij zijn echtgenote waarschijnlijk niet kunnen bewijzen.

Ik deed de kwestie indertijd af als een binnenhuwelijkse aangelegenheid, maar het valt zo langzamerhand toch niet meer te ontkennen dat de man als onderdeel van de mensheid een behoorlijk beroerd imago begint te krijgen.

Er gaat geen dag voorbij of er verschijnen nieuwe berichten in de media die het beeld van de man als agressieve, hormonaal aangestuurde, ongelikte beer onderstrepen.

Zulk gedrag wordt terecht niet meer gepruimd. Er zijn nog een paar bolwerken van de ouderwetse man die hardnekkig weerstand blijven bieden tegen de oprukkende gelijkheid tussen man en vrouw, maar ook de voetbaltalkshow, de directie­kamer en de gemotoriseerde pleziervaart zullen er op een gegeven moment toch aan moeten geloven.

Het zal de bubbel zijn, maar in mijn vriendenkring kom ik vrijwel alleen maar gelikte beren tegen: mannen die zonder morren hun aandeel leveren in huishouden en zorg voor aanwezige kinderen, en anders dan vorige generaties niet nodeloos lang in het café blijven hangen als zij weten dat er thuis iemand op hem zit te wachten.

Een beetje braaf, een beetje saai, maar ook behoorlijk betrouwbaar.

De onuitgesproken belofte achter deze koerswijziging is steeds geweest dat de nieuwe man beter toegerust is op de toekomst.

De samenleving wordt steeds complexer, en heeft meer behoefte aan een sensitieve manager met een scherp oog voor mogelijkheden en onmogelijkheden van de mensen om hem heen dan aan een bruut die er prat op gaat dat hij het alfabet kan boeren.

Ik heb daar altijd op vertrouwd, maar vraag me nu soms af of we ons niet vergissen. De nieuwe generatie wereldleiders lijkt juist weer te bestaan uit overwegend primitieve mannen met een onbedwingbare neiging tot graaien en grijpen, waarbij het weinig uitmaakt of het de ­tepel van een vrouwenborst ­betreft of de knop van een raketlanceerinstallatie.

Wat nou als zij onverhoopt de overhand krijgen en we met z'n allen hier weer afzakken naar de omgangsvormen van de middeleeuwen?

Ik weet als moderne man zonder kookwekker precies wanneer de pasta beetgaar is. Maar een tegenstander uitschakelen met een puntige stok? Ik heb werkelijk geen idee.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden