Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

In mijn dromen ben ik een binnenbaner

PlusMaarten Moll

Er ligt weer ijs.

Op de spinfiets gezeten, proberend het moordende tempo van De Beul te volgen, kijk ik naar de schaatsers op de Jaap Edenbaan.

De snelle rijders nemen de binnenbaan, de wat mindere schaatsers de buitenbaan. Als ik me op het ijs zou begeven, was ik een krabbelende buitenbaner. Zwakke enkels. Zwak excuus.

Wanneer heb ik voor het laatst geschaatst?

“Hou dat tempo!” brult De Beul. “En draai maar ietsje bij! Jááááá.”

Ik herinner me het jaarlijkse uitje met school naar de kunstijsbaan in Deventer. Op de iets te grote noren van mijn vader. (Dubbele sokken. De oplossing voor veel problemen in die tijd. Zat natuurlijk helemaal niet lekker, dubbele sokken, en het zwikken bleef.)

Indruk maken op de meisjes op de dichtgevroren vijver in het Bonanzapark door heel hard en vrij ongecontroleerd – de bochten waren door de gebrekkige pootjeovertechniek meer dan een avontuur – vlak langs ze heen te racen. Maar waar de sukkel van de klas opeens de beste schaatser van ons allen bleek en in zijn eentje de bewonderende kreten van de meisjes oogstte.

In mijn dromen ben ik een binnenbaner.

Ik moest denken aan het krantenbericht dat mijn moeder me vorige week mailde. Uit het Overijsselsch Dagblad van donderdag 2 februari 1950 (editie Zwolle). Onder het kopje Schaatsberichten. ‘Ommen – De muziekvereniging Crescendo organiseerde Dinsdagmiddag schaatswedstrijden, waarvoor grote belangstelling bestond. De uitslag luidt als volgt: Meisjes van 13 tot 17 jaar: 1. I. Beunk. 2. H. Driesen. Jongens van 13 tot 17 jaar: 1. Jaap Moll, 2. Jan Spijker, 3. Bertus Koel, 4. Auke Lutmers.’

Mijn vader die onder grote belangstelling een schaatswedstrijd wint. Meisjes langs de kant. Het uitrijden terwijl je weet dat je hebt gewonnen. Armen omhoog.

Ik was jaloers.

Ik heb mijn vader er nooit over gehoord. Hoe hij als zestienjarige Jan, Bertus, en Auke versloeg. Ik zou zo’n overwinning genadeloos hebben uitgemolken. Tot mijn kinderen met vermoeide uitdrukkingen op hun gezichten gewoon weg zouden lopen als ik wéér over die schaatswedstrijd was begonnen.

“En draai maar bij! Kom op nou! Niet verslappen!”

Ik belde. Mijn vader: “Ik weet er niet veel meer van. De eerste prijs was, geloof ik, zeven gulden vijftig.” Wat hij daarmee had gedaan. “Weet ik niet meer.” Of hij er een meisje mee heeft veroverd, misschien wel I. Beunk? (Ida? Irene? Ineke?) Gelach. Geen antwoorden. Het was op de gracht van Huis Olde Vechte van jonkheer A. Stoop, weet mijn moeder te vertellen.

Die dag, 31 januari 1950. Wat was ik er graag bij geweest om naar mijn vader te kijken die een schaatswedstrijd wint.

“En zet aan, en staan! Sprinten!!!” schreeuwt De Beul.

Ik zet aan. Op het ijs rijden de binnenbaners perfecte bochten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden