Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

In het water bewoog een kreeft

PlusMaarten Moll

Op de brug stond de Visser. In zijn blauwe overall en zwarte, hoge laarzen. Maar dit keer zonder kleinzoon.

Mooi beeld. Zo’n man die onverstoorbaar in het water tuurt. Ellebogen op de brugleuning. Kan zo op de Dam gaan staan en euro’s vangen als levend standbeeld.

Al die jaren dat ik langs vissers kwam, in de stad, langs het Noordhollandsch Kanaal, heb ik me kunnen bedwingen. Maar nu zei ik het toch, half lachend, terwijl ik de brug opliep en de Visser naderde: “Willen ze bijten?”

De Visser keek even opzij.

“Ik sta er net,” zei hij.

Naast zijn voeten stond een emmer.

Ik keek in de emmer.

In het water bewoog een kreeft.

Niet zo’n grote zoals je ze bij Flo kreeg opgediend, maar een klein, even rood familielid.

“Is dat niet een ondermaats exemplaar?” vroeg ik.

De Visser mompelde wat.

“Moet je die niet terugzetten?”

“Lees je de krant niet?” zei de Visser.

Daar had ik niet van terug.

“Dat daar,” en hij schopte even tegen de emmer, “is een Amerikaanse rivierkreeft.”

Daar had ik over gelezen. Dat de Amerikaanse rivierkreeft een grote plaag is voor de natuur. En dat deze zogenaamde ‘invasieve exoot’ een blijver is in Amsterdam. (Wanneer zag ik mijn eerste halsbandparkiet?)

De hond had weleens aan een rode schaar gesnuffeld, maar verder had ik het dier nog niet opgemerkt langs de dijk. De reigers en katten hier heb ik er ook nooit mee gezien. Te kieskeurig misschien.

“Je bent preventief bezig?” zei ik.

“Nou…” zei de Visser.

“Je bent van de kreeftenpatrouille!” (Dat woord uit het stuk kwam nu weer boven.)

“Nou…” zei de Visser.

“Maar het schiet nog niet op,” zei ik.

“Ik had zin in soep,” zei de Visser. “Ik las in de krant dat je van tien stuks een heerlijke soep kunt maken. Dat wilde ik wel een keer proberen.”

“Ja,” zei ik, “ik heb soms ook ineens zo’n zin in een ­tosti ham-kaas met een schijf ananas uit blik.”

De Visser keek me verwonderd aan. Daarna een snelle blik in de emmer.

“Nog negen te gaan, dat gaat nog wel even duren in dit tempo.”

“Maar dan moet je ze ook doodmaken,” zei ik.

Daar had de Visser niet van terug.

“Ik heb al jaren geen gevangen vis meer opgegeten,” zei hij na een poos.

“Je kunt ook in de supermarkt een blik kreeftensoep kopen,” zei ik.

“Alsof daar echte kreeft in zit,” bromde de Visser.

Daar had hij weer een punt.

We keken een tijdje in stilte naar de dobber.

Links op de oever stonden twee reigers met hun ruggen naar het water.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden