Thomas Acda Beeld Wolff

In het Vondelpark staat een Hobbithuisje

Plus Column

In het Vondelpark staat een Hobbithuisje. Aan de overkant van een sloot. Een overspringbare sloot. Een gezond jong mens zal ruimte overhouden na de sprong. Inmiddels 52 en me door de nu al maandenlange tour zeer bewust van de beperkingen van mijn lijf, spring ik niet.

Zelfkennis houdt mij al jaren overeind. Bovendien las ik gister 'all over the interwebs' (copyright: zoon) dat ik niet alleen straatarm ben, maar ook een zwaar drugsverleden met me meetors.

De clickbaitindustrie doet inmiddels niet eens meer haar best om te verhullen dat het alleen maar gaat om aanklikken zodat u onze advertenties kunt zien en wij geld verdienen!

Mijmerend naar de overkant starend bedenk ik de relativeringstheorie. Grap min ironie is clickbait. Het bewijs is het gebrek eraan.

Wat een schattig huisje! Het ziet er echt uit als in The Lord of the Rings. Onder een heuvel van aarde en gras, met een handbewerkt deurtje. Leefde ik niet in een wereld waar het zo'n koude bedoening is geworden dat het woord romantiek slechts gebruikt wordt om te maskeren dat men het tegenovergestelde wenst, dan zou nu het deurtje opengaan en een klein mannetje zou zich uitrekken in de ochtendzon.

Krabbend aan zijn stoppelbaardje kijkt hij rond. Hij mist iets. Hij zoekt. Een hondje komt aangesneld.

Of nou ja, hondje? Het zweeft nét boven de grond, zijn pootjes rustend op zacht lichtgevende sterrenstof. Ze knuffelen even.

"Was je op kikkerjacht, meisje? Was je op kikkerjacht? Ja... ja... je was op kikkerjacht, hè? Ja."

Ze kroelen erop los in de eerste zonnestralen die vanachter de bomen zijn geklommen. Elfjes komen aangevlogen in een van triangel en hobo doordrongen soundtrack. Het mannetje valt schaterend achterover op zijn hondje dat nu een blaffende barbierstoel is geworden terwijl vier Tinkerbells een lakentje over 's mans borstje leggen, twee zepen de kaakjes in, gevolgd door weer twee met een schattig ouderwets klapscheermes.

Dan valt mijn schaduw op dit tafereel en iedereen schrikt zich hoedjes en elfenmutsjes. Vachtkrullen gaan waakzaam overeind. Een reus! Uit de mensenwereld! 

De Hobbithutbevolking schiet in paniek alle kanten op en dan, als worden ze naar binnen gezogen, het houten deurtje in. Klap! Dicht. Hier is niets gebeurd.

Ik schrik op.

Een klein golfkarretje stopt voor het hek, een plantsoenwerker stapt uit en lacht naar me. 

"Wil meneer binnen kijken, misschien?"

"Vriendelijk, maar nee, dank u," zeg ik en ik wandel richting de Emmalaan. 
De wereld is zelden zo mooi als in mijn hoofd, meneer. En daar heb ik nog nooit drugs voor nodig gehad.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden