Tugrul Cirakoglu. Beeld Nosh Neneh
Tugrul Cirakoglu.Beeld Nosh Neneh

In een vlaag van paniek was het matras op zijn kant gesmeten

PlusTuğrul Çirakoğlu

Tugrul Çirakoglu

Zodra ik zijn voordeur open trok, klapte de geur mij in het gezicht. “Zooo,” zei ik tegen mijn collega, “wat een lucht.” Zulke sterke lijklucht ontwikkelt zich niet in een paar dagen tijd. De bewoner moest minstens enkele weken dood in zijn woning hebben gelegen.

De woning was nog geen 30 vier­kante meter groot, met aan de achterzijde een kleine betegelde tuin. Het eerste wat ik deed, was de tuindeur wagenwijd open­zetten voor wat frisse lucht. Terwijl ik in de tuin stond, kwam een van de buren voorbijlopen.

“Weten jullie waar meneer is? Zijn medicijnen liggen al een tijd bij mij thuis en hij heeft ze nog niet opgehaald.”

“Ik heb geen idee waar de bewoner is,” zei ik. “Wij zijn hier enkel heen gestuurd om de woning schoon te maken.” Ik zei bewust niets over het overlijden. Het was al de derde lijkvinding van de dag en ik was moe en hongerig. Ik had geen energie voor het zoveelste ongemeende ‘O, wat vreselijk’-gesprek van de dag.

Zijn slaapkamer stond tot het plafond vol met rommel. Hij had daarom zijn bed in de woonkamer geplaatst. Ernaast stonden twee grote bureaus die het merendeel van de kamer opvulden. Het matras waarop hij was overleden, stond op zijn kant. Raar, dacht ik.

Toen ik het matras plat neerlegde, kwam er een grote, zwarte vlek tevoorschijn. Het was zijn lichaamsafdruk. Hij moest ongetwijfeld zijn aangetroffen in een zeer verre staat van ontbinding.

Een paar jaar geleden had ik een opdracht die zo heftig was, dat toen het uitvaartbedrijf het stoffelijk overschot kwam op­­halen, een van de medewerkers ter plekke flauwviel. Ik vermoed dat ditmaal een soortgelijke situatie had plaatsgevonden. In een vlaag van paniek was het matras op zijn kant gesmeten, tezamen met de vervuilde lakens. Het creëerde iets meer werk voor ons, maar niets dat we niet aan­konden.

Na afloop maakte ik mijn standaard ronde door de ruimte. Hij had de gehele woning dicht gebarricadeerd. Nergens in de woning was vloerbedekking aanwezig, enkel kaal beton. In het kijkgat van zijn voordeur was een videocamera geïnstalleerd.

Waar was hij zo bang voor? Ik zal het nooit te weten komen. Niemand kon iets over hem vertellen. Hij was een spook in onze stad, compleet geïsoleerd van de buitenwereld. Spoedig zou de woning worden ontruimd. Daarmee zou iedere herinnering aan zijn bestaan worden vernietigd.

Weer een mensenleven gereduceerd tot niets.

Tuğrul Çirakoğlu maakt met zijn bedrijf schoon in extreme ­situaties. Hij vertelt de verhalen achter het vuil. Lees al zijn verhalen hier terug.

null Beeld Tuğrul Çirakoğlu
Beeld Tuğrul Çirakoğlu

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden