Erik Jan HarmensBeeld Artur Krynicki

In een totalitaire staat zijn de regels wel een stuk duidelijker

PlusErik Jan Harmens

Vorige week kwam Mark Rutte met een dringend advies aan alle Nederlanders: draag een mondkapje in de publieke binnenruimte. De publieke binnenruimte, legde hij uit, zijn alle openbare plekken ‘waar je de hemel niet kunt zien’. Ik verlang vaak naar een plek waar je de hemel wél kunt zien, zodat ik vanaf daar kushandjes kan werpen richting mijn vader, mijn moeder en alle andere mensen die ik in de loop der jaren heb verloren.

Een verplichting om mondkapjes te dragen komt er niet, omdat mensen dan zouden denken dat we in een dictatuur leven. Even los van de perscensuur en de martelingen verlang ik soms naar zo’n totalitaire staat, omdat het dagelijks leven dan een stuk duidelijker is dan het nu is. Lekker veel regels en sancties, in plaats van tips en adviezen die je straffeloos in de wind kunt slaan.

In mijn dorp zijn twee supermarkten. In de ene draagt al het personeel een mondkapje en in navolging daarvan veel bezoekers ook. In de andere draagt het personeel er geen en veel klanten dus ook niet. Gisteren deed ik in die tweede supermarkt mét mondkapje op mijn boodschappen en het voelde alsof ik in avondkostuum over een nudistencamping liep. Mensen keken me aan met een blik van: zo, meneer weet het zeker beter? De caissière wenste me geen prettige dag verder, wat ze normaal gesproken altijd doet.

Recht tegenover de supermarkt zit de bakkerij, waar ook niemand in mondkapjes gelooft. Voor ik naar binnen ging voor een half volkoren en een kaasstengel deed ik eerst iets lafs. Ik liep een eindje weg, deed uit het zicht mijn mondkapje af en frommelde het in mijn broekzak. Daarop wachtte ik even, liep toen weer terug naar de bakkerij en ging met blote snoet in de rij staan. Niemand keek me aan alsof ik het beter wist en de bakkersvrouw was hartelijk als altijd. Dat voelde goed.

Wat niet goed voelde, was mijn gebrek aan ruggengraat. Ook negeerde ik een dringend advies van de premier, wat me een soort van medeplichtig maakte aan de verdere verspreiding van het vermaledijde virus. Aaaaah, wat ingewikkeld!

Niets weet ik over besmettingsrisico’s, viral loads of aerosolen en daarom verlaat ik me op wetenschappers, want die weten het wel. Daar staat tegenover dat de mensen in de supermarkt me dierbaar zijn. Het zijn mijn dorpsgenoten en ik wil niet dat ze me een betweter vinden, een brilsmurf die te pas en te onpas zegt hoe het allemaal moet. Daarom wil ik dat onze premier dat doet.

Wat is de deal met die mondkapjes, Mark? Vaardig geen dringend advies uit om ze te dragen, maar verplicht ze. Of als ze echt geen hol helpen: stel ons vrij. Leid mij.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden