Opinie

‘In een stad waar alles kan, hoef je amper meer te hopen’

Een aanzienlijke groep Amsterdammers hoopt al jaren niet meer, ziet Tim Vreugdenhil. Toch wil hij, met kerst in het achterhoofd, een oproep tot hoop doen. 

Gelovigen laten beeldjes van het kindje Jezus zegenen door de Paus in het Vaticaan. Beeld Corbis via Getty Images

Dit jaar werd een van de meest opmerkelijke kerstgeschenken al op eerste adventszondag uitgedeeld. Het cadeau was een splintertje hout, de gever paus Franciscus. Sinds heel lang lag dit ‘stukje van de kribbe’ in de Santa Maria Maggiore, een van de grote kerken van Rome. Nu schonk de paus het heilige voorwerp aan het Palestijnse volk, en specifiek aan de kleine groep Palestijnse christenen. Zo ligt de splinter nu – nog net niet in een stal – in een kerk in Bethlehem. De kribbe is weer thuis. Zelfs de grootste scepticus kan er om glim­lachen. En voor veel Palestijnse pelgrims is het dit jaar meer kerst dan ooit. Een splinter hout symboliseert voor hen een sprankje hoop of zelfs een stukje God.

De afgelopen tijd vroeg ik Amsterdammers van diverse achtergrond naar wat ze hoopten. Vaak vinden mijn gesprekspartners hoop een lastig woord. ‘Ik heb er niet zoveel mee,’ zeggen ze dan. Niet dat Amsterdammers hopeloze gevallen zijn. Wel is hun hoop meestal realistisch gekleurd. Precies zoals de meester van de hoop, Barack Obama, geen grootse visioenen verkondigde, maar een op resultaten uit het verleden gebaseerde vorm van hoop die precies genoeg is voor je eerstvolgende stap of keuze. Prachtig natuurlijk.

Maar is dat hoop? Als kernwoord van iedere menselijke cultuur is hoop tenminste transcendent en coherent. Het wijst boven mensen uit en verbindt hen. Dat lukte zelfs Obama niet. Op dat niveau hopen we niet meer. No, we can’t.

Trump en Thunberg

Een aanzienlijke groep Amsterdammers hoopt al jaren niet meer. Ik doel op mensen die hun ‘kanskracht’ (de term is van econoom Barbara Baarsma) per jaar zien afnemen. En de rest? Als ik naar mezelf kijk, heb ik in de bijna twintig jaar dat ik hier woon veel geleerd en veel gekregen. Bijna alles werd meer. Behalve mijn hoop.

In een stad waar alles kan, hoef je amper meer te hopen. Optimisme genoeg. Hoop is iets anders. Hoop betreft iets wat er niet is, maar dat je je met een uiterste krachtsinspanning toch durft voor te stellen. In die diepere betekenis zijn we vandaag behoorlijk hopeloos.

Schrijver en journalist Joris Luyendijk zegt dat het een kleine voorhoede van denkers en schrijvers was, die in de twintigste eeuw verkondigde dat er niet zoiets bestond als hoop. Nihilisten werden ze genoemd. Nu heeft een groot deel van de bevolking dat idee. We zijn gestopt met hopen in existentiële zin.

We hunkeren niet naar hoopvolle verhalen en we vinden moeilijk toegang tot hoopvolle bronnen. Luyendijk trekt de parallel met mensen die geen nieuws meer kijken omdat het ‘toch allemaal fake’ is. Juist deze mensen kun je alles wijsmaken, zegt hij. Geldt dat niet evenzeer voor mensen die niet meer hopen?

De overeenkomst tussen zeer verschillende mensen als Donald Trump, Jesse Klaver, Thierry Baudet en Greta Thunberg is dat ze de deur openen naar een lege kamer in onze ziel, een kamer waar op de deur in ouderwets gekrulde letters staat geschreven: ‘hoop’.

Queen Elizabeth

Ik kijk momenteel naar het derde seizoen van de Netflixserie The Crown. In een dorp in Wales stort een kolenberg in. Onder het puin verliezen 116 kinderen het leven. Acht dagen lang verzet Elizabeth zich tegen het idee dat ze daar naartoe moet. Gelijk heeft ze. Zelfs een koningin staat machteloos op zo’n moment. Tot haar minister-president haar overtuigt: ‘U belichaamt hoop, mevrouw, al is het maar een splinter.’ Dan gaat ze. Er wordt gezegd dat ze het als haar grootste vergissing beschouwt dat ze zo lang heeft gewacht.

Can we be heroes? Yes, we can. Het verhaal van Bethlehem moedigt ons Amsterdammers aan om in beweging te komen, opnieuw of voor het eerst. Het herinnert ons aan iets kostbaars. Allemaal zijn we in staat om iets te geven: hoop. Door ergens naartoe te gaan, juist naar de plek waarvan je eerst denkt: nee. Door oogcontact, een hug, een enkel woord. Allemaal belichamen we een sprankje hoop of, wie het zo wil noemen, een stukje God. De essentie van kerst bestaat in kleine, kwetsbare momenten. Momenten waarop je niet meer kunt onderscheiden wie nu precies geeft en wie ontvangt.

Tim Vreugdenhil, stadspredikant bij de Protestantse Kerk Amsterdam
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden