Column

In een park kun je je schuldgevoel uitlaten

James Worthy Beeld Agata Nowicka

In maart, zo'n vijftig columns geleden, schreef ik dat ik in de kroeg zat en de vrouw van een goede vriend van mij met een andere man zag zoenen. Ik gunde haar die zoen. En ik gunde haar dat taxiritje naar een hotel op de Europaboulevard.

Zelf ben ik nog nooit vreemdgegaan, maar als ik het ooit zou doen, dan zou ik het naar alle waarschijnlijkheid ook in een hotel op de Europaboulevard doen.

Op de Europaboulevard kom je nooit bekenden tegen. En tegenover dat hotel zit het Amstelpark. In de buurt van het hotel waar je vreemdgaat, moet zonder enige twijfel een park zitten. Na het plegen van bedrog moet er gewandeld kunnen worden.

Gelieve op een plek met veel bomen. Bomen die je kapot negeren, omdat ze weten wat je hebt gedaan. En daar loop je dan. Niet te snel, maar ook zeker niet te traag. Niet te snel, omdat je bang bent voor morgen en niet te traag, omdat vandaag je achtervolgt.

In een park kun je je schuldgevoel uitlaten. Je hebt geen hondenriem nodig. Niets is zo loyaal als schuldgevoel. Het zal nooit een poging wagen om te ontsnappen. Het zoekt niet naar vrijheid of naar een nieuw begin. Het poept in het gras en het komt weer terug.

Je pakt de drol op, knoopt het zakje dicht en gooit de vuiligheid in een prullenbak. Je hoopt dat er snel een dag komt waarop je schuldgevoel hetzelfde voor jou zal doen.

Dat het je vuiligheid oppakt en het zakje dichtknoopt, maar schuldgevoel heeft smetvrees en het heeft nooit leren knopen.

Mijn goede vriend wist eigenlijk meteen dat de column over zijn vrouw ging. Hij belde me op en zei dat hij vreemd wilde gaan om haar terug te pakken. Ik zei dat ik dat geen goed idee vond en iets over dat je wraak nooit als glijmiddel moet gebruiken, maar twee dagen geleden ging hij dan toch vreemd in een hotel op de Europaboulevard. In kamer 201 bedreef hij de wraak met de huiswerkbegeleidster van zijn zoon.

Ze hadden afgesproken in de bar van het hotel. Hij had voor het eerst in tien jaar weer eens gel in zijn haar gedaan. Dankzij de gel zag hij er tien jaar jonger uit, maar ook zeker vijf jaar minder intelligent. Zij dronk een gin-tonic met van die lange plakken gekaasschaafde komkommer erin. Hij had geen dorst.

"Hoe voel je je?" vroeg ik aan hem, toen we samen door het Amstelpark liepen.

"Vanochtend voelde ik me nog als iemand die ten onrechte ter dood veroordeeld was en nu loop ik hier als de beul. Zo'n bijl is zwaar, man."

Met een lang stuk touw bonden we zijn schuldgevoel vast aan een boom en daarna liepen we naar bowlingcentrum Knijn. We keken niet meer achterom, maar we konden wel achterom horen. Het geluid van een boom die over de grond mee werd gesleept.

"Dit raak ik nooit meer kwijt, hè?" vroeg hij.

"Ik denk het niet, vriend. Maar verdomme, wat zit je haar goed vanavond."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden