Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

In een oorlog zijn mensen geen mensen: het zijn dingen die leven en dood moeten

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

En dan lees je: ‘In Charkov, de regio die na een fiks tegenoffensief door Oekraïne werd bevrijd van de Russen, heeft de politie minstens 26 kampen teruggevonden, waar krijgsgevangenen en burgers werden gemarteld door de Russen.’

Je oog blijft hangen op zo’n getal.

Je leest verder: ‘Volgens Timosjko, de chef van de lokale politie, werden in het veroverde gebied intussen al zeker 920 lichamen van burgers gevonden, onder wie zeker 25 kinderen. Het gaat hierbij niet om burgers die stierven in het strijdgewoel door kogels, artilleriegranaten of raketten: ze werden brutaal vermoord door de Russische bezetter.’

Ik heb de volgende dialoog al eens opgeschreven.

“En wat heb jij gedaan vandaag, pappie?”

“Ik heb een kind gemarteld. Wat eten we straks?”

In een oorlog zijn mensen geen mensen. Het zijn dingen die leven en dood moeten. En kinderen zijn dan kleine dingen. Het ontmenselijken is een psychische stoornis die ontstaat door doodsangst, lust en minderwaardigheid die de demon van schuld wil wegjagen.

Het lukte verslaggevers van The New York Times om de moordenaars van Boetsja te achterhalen. (Lees dit geweldige journalistieke stuk: Caught on Camera, Traced by Phone: The Russian Military Unit That Killed Dozens in Bucha.)

“Waarom deden jullie dit?” vroeg de journalist.

“Omdat het moest,” was het antwoord.

We kennen het: bevel is bevel. Als je een bevel uitvoert, ligt de verantwoordelijkheid bij de bevelhebber.

Elk van ons kan gaan martelen. We kunnen het zelfs leuk gaan vinden. De ander behandelen als een bal waarmee je trucjes kunt. Honden die op jouw bevel gaan zitten, liggen, rollen. Mijn hond kan het allemaal. Ik probeer mijn kleinkinderen ook naar me te laten luisteren. “En nou is het afgelopen!” schreeuw ik als ze elkaar weer slaan en knijpen. Ze luisteren.

Ik luisterde niet als mijn vader me sloeg. (Ik vond altijd dat ik zijn klap had verdiend. En ging toch even door met wat niet mocht.) Gek, hij kon hard slaan, en was – net als mijn moeder – door ‘de Jap’ gemarteld. Onmacht, denk ik nu. Hij zag een mislukkeling als hij naar mij keek. Had hij daarvoor de oorlog overleefd?

Ik besefte niet dat sommige pleisters om hun oorlogswonden mee af te dekken, half op hun mond waren geplakt.

Nu ook mijn eigen gevoelens wat aan het uitdrogen zijn, merk ik dat agressie maar niet wil verdwijnen. Er zijn dagen dat ik mijn woede niet kan dragen.

Vredelievend zijn, is vaak toeval. Een gelukkig gebrek.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden