Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

In een oorlog voelen mannen voor elkaar een diepe liefde en zijn vrouwen gebruiksvoorwerpen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Er werd gisteren in Oekraïne weer een massagraf ontdekt.

Een station vol mensen die een veilig heenkomen wilde zoeken werd gebombardeerd. Ze tellen nog de lijken van vrouwen en kinderen. Met het uur komen er berichten over verkrachtingen en willekeurige executies.

Soms komt er een foto of een filmpje voorbij van vrolijke militairen. Helden in eigen land. Popsterren. Bloemen op hun tanks. De muziek van de rollende rupsbanden is de huidige rock-’n-roll.

In een oorlog voelen mannen voor elkaar een diepe liefde en zijn vrouwen gebruiksvoorwerpen.

Die liefde ontstaat doordat men dicht bij elkaar zit, van elkaar afhankelijk is en dus elkaar moet beschermen. Een oorlog maakt van kleine eenheden in het leger een sekte. De leden voelen zich uitzonderlijk. Ze gaan over leven en dood. Vooral de dood. Ze worden daarin ook aangemoedigd.

Een Italiaans gezegde luidt: ‘Het zijn de moeders die de volgende strijd willen.’ Bedoeld wordt de moeders die hun zonen verloren. Dood moet gewroken worden. Toen ik voor het eerst dat spreekwoord hoorde, bracht dat meteen mijn eigen moeder in herinnering die agressieve uitspraken deed als: “We moeten die Jappen net zo behandelen als zij ons.”

Wij, jarenzeventigpubers, zeiden dan: “We kunnen die Jappen hier niet in een kooi in de gloeiend hete zon zetten, mam. Er is hier geen zon.”

Ze ontliep dan de discussie en ging naar de keuken waar ze ons onbegrip en haar gedachten aan vergelding in de pannen weg roerde.

Hoe zouden de vluchtelingen denken die hier zijn? (Niet alleen de Oekraïners.) Hoe zuig je wraak uit een samenleving, en zal dat ooit lukken?

Elke gedachte hierover is tegenstrijdig.

Ik voel geen wraak tegenover de Japanners; mijn leven in vrede was als kind te prettig, mijn ouders werden in de jaren vijftig en zestig van arm wat rijker en hun oorlogsfrustraties zaten ze in de weg en lieten ze bij de psychiater. Juist het zwijgen over de oorlog – althans, de karige informatie die ons werd verstrekt – legde voor ons een beschermende deken over hun wraak. Niet over hun oorlog werd gesproken, maar wel over dé oorlog; die onzekere, verwarrende toestand waarin de waarheid er niet toe deed en er een beroep werd gedaan op tegelijkertijd het meest beestachtige in je karakter en het meest beschaafde.

Die beschaving, wat is dat eigenlijk?

Dat is toch waarvoor beide zijden denken te vechten?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden