Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

In een onbewaakt moment gaf ik verre nicht Corrie mijn telefoonnummer

PlusTheodor Holman

Corrie, 82 jaar, aan de telefoon. Zij is een verre nicht die ik eigenlijk pas een paar jaar ken. In een onbewaakt ogenblik heb ik haar mijn mobiele nummer en mijn e-mailadres gegeven en sindsdien word ik gebruikt als broer, psychiater en orakel.

“Theodor? Ik lees in de krant dat het vaccin er is. Waar kan ik dat halen?”

“Nou Cor, het is er nog niet. Ze hebben het uitgevonden, maar er nog niet zoveel gemaakt dat iedereen het meteen kan krijgen.”

“Waarom niet?”

“Omdat ze eerst moesten weten of het goed was.”

“Maar ik lees dat er al miljoenen gemaakt zijn?”

Verdomme, waarom leest ze de krant ook?

“Weet je, Cor, ze gaan nu een lijst maken met mensen die het eerst dat vaccin krijgen.”

“Als ze lang wachten hoeft het niet. Dan ben ik al dood.”

Ik zwijg. Corrie vindt het fijn om over de dood te praten. Ze is familie van me, dus misschien krijg ik dat later ook, maar voorlopig wil ik haar niet aanmoedigen.

“Nou ja, dan krijg ik dat medicijn maar niet,” zegt ze, “maar dan hoop ik wel dat ik snel doodga. Wat heb ik nog aan mijn leven?”

Het is of ze nadenkt en zegt dan: “Ton en ik zijn maar vijftien jaar getrouwd geweest. Vijftien jaar. Dat is niks toch? Ik was 40 toen ik met hem trouwde en 55 toen hij dat ongeluk kreeg. Hij was mijn eerste en mijn laatste. Wat heb ik dan gehad? Een kruimel.”

“Een fijne herinnering om op terug te kijken,” zeg ik.

“Nou, ook dat niet. Nee… hij was… altijd maar treurig. Ik dacht in het begin: hij is vast een romantische man, zo stil en lief. Maar hij was alleen maar treurig, verdrietig. Na duizend keer vragen: ‘Waarom Ton?’ ben ik daarmee gestopt. Hij zat toen zo onder de ­pillen die niet hielpen. En dat ik een vrouw was, is nooit tot hem doorgedrongen. Dat ongeluk… Ach, die automobilist zei dat het zijn schuld was.”

“Je moet maar weer snel bij ons komen,” zeg ik.

“Toen Ton dood was, dacht ik: nu gaat mijn leven echt beginnen. Maar er begon niks… Ja, nieuwe series op tv. Ik stoot mensen af, denk ik. Vroeger al. Ze vinden mij irritant omdat ik afstandelijk ben. Maar hoe kom je dichter bij mensen, Theodor?”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden