James Worthy Beeld Agata Nowicka

In een broodjeszaak vergeet je je problemen

Column

In de verte zie ik het bord al staan: BELEGDE BROODJES!!!! Geen bord ter wereld kan mij zo intrigeren. Martin Bril schreef ooit vierentwintig columns over een broodjeszaak en ik begrijp wel waarom.

De vrouw achter de toonbank ziet me binnenkomen en zegt: "Goedemorgen, jongen." Ik vind dat fijn. Mijn oma noemde me ook altijd jongen en mijn moeder noemt me nog steeds jongen. En ik ben ook gewoon een jongen.

Over een paar jaar word ik veertig, maar ­meneer kan me gestolen worden. Noem mij maar jongen, want dan kan ik aan mijn oma denken. Aan de rolletjes pepermunt en aan de 10.000 Yahtzeescorepapiertjes.

Laatst vond ik wat van die papiertjes in een schoenendoos op zolder. Het viel me op dat hoe ouder ik werd, hoe kleiner ik mijn naam op de papiertjes schreef. Misschien is steeds minder van je voornaam gaan houden wel wat volwassen worden is.

"Goedemorgen."

"Weet je het al?"

Ik weet het al, maar ik doe alsof ik het niet weet. Ik wil niet te hongerig lijken, maar ik weet het al. Een broodje tonijnsalade, een broodje gebraden kipfilet, een broodje gekookte worst en een broodje bal.

"Wil je er wat op hebben?" vraagt de vrouw, ze wijst naar de bal die in vier stukken op de toonbank ligt te stomen.

"Een gezonde veeg Zaanse mayonaise, alsjeblieft."

Terwijl de vrouw met het broodje bal bezig is, liggen de drie andere al belegde broodjes rustig op haar te wachten.

In de hoek van de zaak hangt een oude man boven de krant van gisteren. Hij eet een broodje warm vlees met pindasaus. Bij het raam zitten twee bouwvakkers, ik denk dat het schilders zijn, want hun kleren zijn vlekkeriger dan het servet van de oude man die in de hoek zit.

En aan de toonbank zit een vrouw met getekende wenkbrauwen, op haar witte bolletje ligt een gebakken ei verleidelijk te wezen zoals alleen een gebakken ei dat kan.

Buiten stapt een forse man van een scooter, hij waggelt naar binnen, vuurt zonder te richten vier knipogen de ruimte in en bestelt een broodje halfom en een flesje chocomel.

Maar weinig dingen kunnen een mens zo troosten als een belegd broodje. Een wit bolletje, een lik boter en een vleeskleurig dekentje. In een broodjeszaak vergeet je je problemen. Je legt er een plakje cornedbeef over je schulden heen en wat wijncervelaat over je eenzaamheid. De airbags zijn er van yorkham.

Ik kijk naar alle mensen die een broodje aan het eten zijn. Dit is geen broodjeszaak, dit is een vangnet van vleeswaren.

De oude man in de hoek bestelt een ander broodje zonder op te staan. "Mag ik een broodje kaas? Gewoon een broodje kaas zoals mijn moeder hem smeerde."

De vrouw achter de toonbank pakt het mooiste bolletje uit de rieten mand en snijdt het zo liefdevol open dat het lijkt alsof ze het leven van het bolletje probeert te redden.

De oude man volgt het proces vanuit zijn hoek. Hij knikt tevreden. Dit is precies hoe zijn moeder zijn bolletjes smeerde. En dat is de reden waarom er nog zo veel broodjeszaken bestaan.

Zijn moeder is dood, zijn oma is dood, zijn vader is dood en zijn opa is dood, maar er bestaan nog zat mensen die voor 2 euro 60 een broodje voor hem willen smeren.

Een broodje op een wit schoteltje met een servet erop. De technologie krijgt ook maar geen grip op de broodjeszaak. De tijd staat er stil.

En niets smaakt zo lekker als stilstand.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

James@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden