Een vluchteling op Lesbos. Er is een humanitaire ramp gaande, de kampen zitten er overvol.

Opinie

‘In de marges van onze samenleving voltrekt zich structureel een crisis’

Een vluchteling op Lesbos. Er is een humanitaire ramp gaande, de kampen zitten er overvol.Beeld AP

De coronacrisis legt het rottende systeem van de stad bloot, schrijft antropoloog en filosoof Lieke Wissink. ‘Dit virus maakt geen uitzondering voor de mensen die leven in de marge.’

Waar Covid-19 kwetsbare individuen van wie de gezondheid al rommelde het hardst treft, zo raakt de aanpak van deze gezondheidscrisis de meest gemarginaliseerde groepen onder ons.

Afgelopen weekend kondigde gemeente Amsterdam nieuwe opvangplekken voor dak- en thuislozen aan. Een verantwoorde maat­regel om verspreiding van het virus in te dammen, maar de extra opvang blijkt alleen voor de nacht te zijn. Overdag daarentegen, zo valt te lezen op de gemeentesite, is het advies aan dak- en thuisloze mensen om zo veel mogelijk buiten te blijven. Zij moeten zich in tegenstelling tot het virus verspreiden door de stad. Opvang­locaties zouden te massaal zijn; een probleem waar degenen die aangewezen zijn tot die opvang al tijden tegenaan liepen.

Social distancing, thuisisolatie en hygiëne worden van ons als gemeenschap gevraagd. Onze minister-president noemde het asociaal je niet aan deze verantwoordelijkheden te houden, maar voor stadgenoten zonder huisvesting is het onmogelijk zich daaraan te committeren.

Honderdduizenden in Europa

Ondertussen klinken de solidariteitslogans ons om de oren. ‘Met elkaar, voor elkaar.’ ‘Alleen samen krijgen we corona onder controle.’ Hoe paradoxaal ook, samen blijkt geen inclusieve term. Want wie hoort er bij het collectief waaraan dit appèl is geadresseerd? Kennelijk niet de daklozen, thuisloze jongeren of ongedocumenteerden; door een gebrek aan een thuis is hun marginalisatie in deze tijd juist verergerd.

Sami, die al acht jaar leeft en werkt in Amsterdam, vertelde mij dat hij het gevoel heeft dat het stadsbestuur hem niet als mens ziet. Hij slaapt nu met een relatief kleine groep van twintig ongedocumenteerden op een zelfgeorganiseerde plek die niet is toegerust op bewoners.

Dit geldt niet alleen voor de duizenden ontheemden in onze stad. Landelijk zijn er tien­duizenden mensen die op straat leven. Op ons continent overleven honderdduizenden mensen die hun huis verlieten in tentjes rond de territoriale grenzen van Europa. En nu komt er een virus om de hoek kijken dat ons vertelt dat deze mensen erbij horen. Dat we hen niet kunnen negeren willen we het virus indammen, omdat ze deel uitmaken van onze samenleving. Hoezeer we hen ook onzichtbaar trachten te maken door ze uit te smeren over de stad of juist op te hokken op een eiland, een besmettelijk virus prikt zo door de uitsluitingsmechanismen van onze maatschappij heen.

Deze tijdelijke gezondheidscrisis legt bloot waar ons systeem al langer rot was. In de marges van onze samenleving voltrekt zich niet alleen nu, maar structureel een crisis.

Kerken

Op deze grillige plekken zetten kerken, vrijwilligers, of stichtingen alle zeilen bij – nu en al jaren. Ze hebben er veelal niet de broodnodige middelen noch de gewenste professionele achtergrond voor. Nu komen daar ook risico’s voor hun eigen gezondheid bij. Toch verkiezen ze helpen vaak boven het toekijken, iets wat autoriteiten zelfs gedurende een pandemie nalaten.

Stadgenoten hebben buiten deze gezondheidscrisis ook toegang tot sanitair en stromend water nodig, terwijl de opvangplekken van de gemeente over onvoldoende capaciteit beschikken en tijdelijk zijn.

Bovendien is niet opvang, maar huisvesting de oplossing voor de dagelijkse bron van crisis die dakloosheid is in Nederland. In vluchtelingenkampen in Europa dreigt er niet alleen nu een humanitaire ramp; die voltrekt zich al jaren. Al even lang is die situatie een politieke hete aardappel. In plaats van afspraken nakomen over de herverdeling van deze mensen, sluiten we als gemeenschap de ogen voor de crisis. Die blijft pussen als een wond, terwijl wij onze neus ophalen voor de stank.

Een besmettelijk virus maakt deze levens in de marge zo mogelijk nog nijpender. Voor een virus zijn dit mensen als ieder ander, wordt er voor hen geen uitzondering op de regel gemaakt. De ironie wil dat Covid-19 ons op dit punt dus een lesje menselijkheid leert.

Lieke Wissink is antropoloog en filosoof aan hogeschool InHolland Amsterdam en onderzoekt projecten gericht op stedelijke inclusiviteit.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden