Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

In al zijn vreemdheid was hij me maar al te bekend

PlusRoos Schlikker

Simon is dood. Simon was een vreemde vogel uit de buurt die dat zo letterlijk nam dat hij zomer en winter rondbanjerde in een lange nepbontmantel waardoor hij opmerkelijke gelijkenissen vertoonde met Pino uit Sesamstraat.

Simon hield van praatjes. Eerlijk gezegd ging ik hem soms uit de weg omdat niet alleen zijn jas maar ook hijzelf nogal lang van stof was. Al zag hij dat ik gehaast was, toch bulderde hij vanaf de straathoek: “Mooi stukje, hoor”. Ik knikte lukraak, waarna hij een monoloog begon over een column die ik jaren geleden schreef en inmiddels enigszins vergeten was. Simon niet. Simon zag en onthield alles.

Dat was maar goed ook. Want Simon was de buurman van mijn moeder. Hij hield een oogje in het zeil, al wilde ze dat vaak niet. Wanneer de depressie haar klauwen met rouwrandnagels rond haar keel vouwde en ze schichtig door de straat bewoog, wuifde Simon haar uitbundig toe. “Hoehoe! Emma! Wat zie je er weer práchtig uit zo helemaal in het wit!”

Simon liet haar weten dat ze gezien was, dat ze niet alleen hoefde te zijn. En of hij het bewust deed of niet, Simon bespeelde zo de polen van haar somberte. Het schipperen tussen ‘Laat me maar’ en ‘Troost mij’. Haar drijven tussen ‘Ik kan er beter niet meer zijn’ en de wanhopige vraag ‘Waarom ziet niemand mij?’.

Simon zag haar, of ze wilde of niet. En zo troostte hij, of ze wilde of niet. Als het echt helemaal mis was, en ze broos en bang in haar huisje school, verscheen plotsklaps Simons kale hoofd voor het raam, zijn jaspanden wapperend als vleugels. Onmiddellijk verstopte ze zich achter de bank, wat Simon ook wel wist. “Vind ik niet erg,” schokschouderde hij. “Als ze maar weet dat ik er ben. En dat ik weet wie ze is.”

Wie Simon was, bleek ik zelf amper te weten. In NRC Handelsblad stond een uitgebreide necrologie. Simon André: internationaal bekende danser, choreograaf, de eerste Nederlandse ballet-Romeo. Verwonderd staarde ik naar de woorden. Mijn Pino-Simon? Ik had geen idee. Wat jammer. In plaats van mijn oude stukjes te bespreken, had ik heel wat liever met hem geboomd over Rudi van Dantzig, een lyrische pas de deux of hoe het voelt zo hoog te springen dat je zweeft.

Bekenden blijven te vaak vreemden. En toch. In al zijn vreemdheid was hij me maar al te bekend. Dat gold niet alleen voor mij maar voor de hele buurt. Gelukkig maar, want ze zijn nodig, de Simons. Om de stad te kleuren. En om de kleuren in de stad te zien. Mijn moeders wit bijvoorbeeld. Maar ook haar zwart.

Er ging met Simon een stukje extra dood. Dat wat hij zag, terwijl hij opzichtig op haar lette.

Zonder zijn blik is ook zij een beetje meer verdwenen. De danser die kon springen alsof hij vloog. Hij hield een oogje in het zeil. Tot de dood hem in het oog kreeg.

Dag buurman met je Pino-jas.

Dag grote lieve vreemde vogel.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden