Opinie

‘In adoptiezaken is verjaring ongewenst’

Adoptiezaken zouden niet moeten kunnen verjaren, betoogt Patrick Noordoven. Het schrappen van de verjaringstermijn kan geadopteerden veel leed besparen.

Dilani Butink (L) en haar advocaat Lisa-Marie Komp komen binnen in de rechtszaal voor de uitspraak van de rechtbank. Beeld ANP

Dilani Butink werd in 1992 door haar biologische moeder afgestaan en in 1995 als driejarige door een Nederlands gezin geadopteerd. Omdat haar adoptiepapieren vervalst waren – een veelvoorkomend probleem – blijkt het onmogelijk goede informatie over haar afstamming te verkrijgen. Dilani weet daardoor niet onder welke omstandigheden zij is afgestaan.

Volgens Butink is de Nederlandse staat mede verantwoordelijk voor het gesjoemel tijdens haar adoptie. Om herhaling te voorkomen eiste zij onlangs in een rechtszaak dat de staat ter compensatie helpt bij het opzetten van een dna-databank, zodat zij en andere illegaal geadopteerden uit Sri Lanka kunnen proberen hun biologische familie te vinden.

De rechtbank Den Haag oordeelde onlangs dat de door Butink ingestelde rechtsvorderingen zijn verjaard. De rechtbank kwam daardoor niet toe aan een inhoudelijk oordeel over de zaak.

Volgens de rechtbank was de verjaringstermijn voor een rechtsvordering in Nederland twintig jaar nadat ze werd afgestaan verstreken, in 2012 dus. Die door de rechters aangehaalde verjaringstermijn is vreemd: een geadopteerde die de volwassen leeftijd bereikt, heeft dan immers maar een paar jaar om alles over zijn of haar adoptie uit te zoeken. Veel geadopteerden stellen pas op latere leeftijd vragen over hun identiteit en hun afkomst. Wat als die vragen zich ruim na hun twintigste aandienen?

Niet gehinderd door verjaringskwesties heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de afgelopen decennia uitvoerige jurisprudentie gecreëerd inzake afstammingskwesties en identiteitsrecht en de gevolgen van adoptie. Het Europese Hof heeft dit jaar uitspraak gedaan waarin het pleit tegen verjaring in afstammingskwesties.

Vage termijn

De rechtbank in Den Haag heeft ervoor gekozen jurisprudentie van de Hoge Raad uitermate beperkt uit te leggen. Die uitleg is in strijd met rechtspraak van het Europese Hof. De Haagse rechtbank beroept zich met betrekking tot de verjaringskwestie op de zogenoemde gezichtspuntencatalogus van de Hoge Raad. Op grond van die catalogus kan de rechtszekerheid van zowel de eiser als van de gedaagde worden gewogen. Dat de rechtbank dat doet heeft te maken met het feit dat de Nederlandse wetgever geen specifieke verjaringstermijnen met betrekking tot adoptie heeft vastgesteld.

Kamerleden van SP en SGP hebben minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) gevraagd zich uit te spreken over het vonnis. Veel geadopteerden voelden zich daardoor gesterkt. De minister reageerde echter weinig constructief op Kamervragen over een wetswijziging: hij verwees naar een nog te verschijnen rapport.

Gezien de commotie die de uitspraak van de rechtbank teweeg heeft gebracht, lijkt aanpassing van de wet op zijn plaats. Zo’n aanpassing zou niet alleen civielrechtelijke adoptieverjaringstermijnen moeten regelen, maar ook strafrechtelijke verjaringstermijnen. Dat kan ook betekenen dat nadrukkelijk wordt bepaald dat voor dit soort zaken geen of juist heel lange verjaringstermijnen gelden. Zo zou het Openbaar Ministerie in alle adoptiezaken, niet gehinderd door verjaringskwesties, elke stap van de (adoptie)procedure moeten kunnen volgen. Het OM heeft al te kennen gegeven geen voorstander van korte verjaringstermijnen te zijn.

Recht op identiteit

Eventuele strafrechtelijke overtredingen begaan door de uitvoerende macht in adoptierechtszaken zouden niet moeten kunnen verjaren. Het beoogde effect van een slagvaardige controle door het OM op de rol van de staat in adoptiezaken is onder meer de preventie van een schending van het recht op identiteit. Adoptierechtszaken gericht op herstel van dergelijke schendingen zouden in elk geval inhoudelijk moeten worden behandeld.

De Nederlandse verjaringsrechtspraak over adoptie, afstammingskwesties en identiteitsrecht zou, in lijn met rechtspraak van het Europees Hof, gefundeerd moeten worden op een specifieke wettelijke voorziening. Alleen op die manier kan een inhoudelijke adoptie-uitspraak op basis van de feiten worden gegarandeerd. De ophef die is ontstaan door het vonnis in de zaak van Dilani Butink toont aan dat het er hoog tijd voor is.

Patrick Noordoven werd illegaal geadopteerd in Brazilië en wijdde zijn onderzoeksmaster rechtswetenschappen aan het recht op identiteit en interlandelijke adoptie.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden