Thomas AcdaBeeld Wolff

In 1985 kon iedereen nog naar het museum

PlusThomas Acda

Wat kan ik u, vijf dagen na de herdenking van de Februaristaking, vertellen wat u niet al wist? Niets. Ik weet niets meer dan wat we leerden op school, uit boeken en van verhalen van overlevenden. Ik ga niets opzoeken nu om beter geïnformeerd over te komen dan ik ben. Geen ­data, geen namen, geen en toen gebeurde dit en toen dat…

Eén verhaaltje. Ik was net terug in Amsterdam, 1985, amper negentien jaar oud, en het leven was zo mooi dat mijn Rabobankpas niet alleen toegang gaf tot mijn studiebeurs en ouderlijke bijdrage, de pas was ook een Museumjaarkaart. Je kon elk museum dat je wilde in.

Er waren nog geen politici die stemmen dachten te winnen door kunst elitair en niet van het volk te verklaren en zeker geen Halbe Zoolstraatjes die dat beleid maar al te graag wensten uit te voeren. Iedereen kon naar het museum!

Op een zomerochtend bezocht ik het ­Stedelijk. Lang verhaal langs schitterende kunstwerken kort: ik belandde in een kelder. Als je voor het gebouw staat, links ­onderin. Als ik het me goed herinner. Een kelder met wit gestucte bogen geheel gewijd aan dé oorlog. Een rij boeken, fotoboeken, en ik nam er een. Ik bladerde. Ik las. Over de moed van sommigen, die het niet langer pikten dat klasgenootjes, collega’s en buren zomaar uit hun huizen werden gesleept en op transport werden gezet. Over het vuur dat door de stad liep, aan­gestoken door gewone mensen die elkaar aanspoorden, opzweepten, steunden: we gaan, we gaan het doen!

De euforie van ­deze opstand die oversloeg naar andere streken in het land. De bezetter die genadeloos terugsloeg. Zo hard dat geen holocaustontkenner het zich ooit echt kan voorstellen en hopelijk zelf hoeft mee te maken.

Urenlang las ik van mensen die boven zichzelf uitstegen en daar de hoogste prijs voor moesten betalen. Toen zag ik vanuit mijn ooghoek een oudere, chique dame opstaan en steunend op een stok mijn richting opschuifelen. Ze droeg een vrolijke jurk, blauwe en rode bloemen. Ze was heel oud. Ik las verder tot ze naast me stond. Haar hand op mijn schouder, haar hoofd naast mijn oor. Zachte stem.

“Ga naar buiten, jongen. Het is zulk mooi weer.”

Ik keek op, ze glimlachte. Haar magere hand veegde de tranen van mijn wang. Ik wist niet dat ik had zitten huilen. Ze sloeg het boek voor me dicht. Ik begreep het. Het hoefde niet nog eens beleefd. Het hoefde niet nog eens meegemaakt. Als we onthouden, herinneren, hoeft dat niet. Ik ging naar buiten. Het was schitterend weer.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Lees ook:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden